ECLI:NL:HR:2006:AW1747
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Waardering opengeïndexeerd pensioen bij overdracht aan gelieerde vennootschap
Belanghebbende kreeg voor 1999 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd, die na bezwaar werd gehandhaafd door de Inspecteur en bevestigd door het Hof. Het geschil betreft de waardering van open geïndexeerde pensioenverplichtingen die belanghebbende aan haar dochtervennootschap had ondergebracht en later overdroeg aan persoonlijke holdings van directeuren.
Het Hof oordeelde dat een rekenrente van 4% gehanteerd moest worden zonder na-indexatie, gebaseerd op praktijk binnen ondernemings- en bedrijfspensioenfondsen. De Inspecteur stelde dat de overdrachtswaarde berekend moest worden met een rekenrente van 4%, geen na-indexatie, en gebruikte sterftetabellen en kostenopslag.
Belanghebbende stelde dat de prijs die was overeengekomen voor de overdracht niet vergelijkbaar was met prijzen tussen pensioenfondsen. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof onvoldoende had vastgesteld dat de prijzen van pensioenfondsen als maatstaf konden gelden voor de onderhavige situatie. Ook werd geoordeeld dat artikel 9b Wet inkomstenbelasting 1964 beperkt is tot jaarwinstbepaling en niet de rekenrente bij overdracht voorschrijft.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest. Tevens werd de Staat veroordeeld in de proceskosten van het cassatieberoep.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Arnhem voor herbeoordeling.