ECLI:NL:HR:2006:AU5723
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over beslaglegging op erfdeel minderjarige wegens vermeend witwassen
In deze zaak ging het om een beslag op het erfdeel van minderjarige kinderen, waarvan het vermogen door het Openbaar Ministerie werd verdacht van criminele herkomst. Het OM stelde dat de wettelijke vertegenwoordigers van de minderjarige erfgenamen zich schuldig hadden gemaakt aan witwassen door de erfenis te aanvaarden. De rechtbank verklaarde het klaagschrift van de wettelijke vertegenwoordiger ongegrond en handhaafde het beslag.
De Hoge Raad oordeelde dat het overlijden van de erflater niet verhindert dat het vermogen wordt onderzocht op criminele herkomst en dat geld als wettig betaalmiddel niet vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer. Tevens stelde de Hoge Raad dat het beslag op de vordering van de minderjarige op de notaris alleen gerechtvaardigd is indien buiten redelijke twijfel vaststaat dat de minderjarige rechthebbende is, wat hier het geval was.
Omdat de minderjarige op het moment van beneficiaire aanvaarding nog geen wetenschap of vermoeden kon hebben van de criminele herkomst, kan hem geen verwijt worden gemaakt. De Hoge Raad vernietigde daarom de bestreden beschikking, verklaarde het klaagschrift gegrond en beval de opheffing van het beslag. Hiermee werd bevestigd dat de belangen van minderjarige erfgenamen beschermd moeten worden tegen strafrechtelijke maatregelen die hen onterecht zouden treffen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en beveelt opheffing van het beslag op het erfdeel van de minderjarige wegens gebrek aan wetenschap of vermoeden van criminele herkomst.