ECLI:NL:HR:2005:AT8823
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige hinder door uitbouw ondanks geldige bouwvergunning
In deze zaak ging het om een burengeschil waarbij eiser achter zijn woning een uitbouw had geplaatst met een geldige bouwvergunning. Verweerders klaagden over onrechtmatige hinder door onthouding van licht en uitzicht. Zowel rechtbank als hof oordeelden dat de uitbouw onrechtmatige hinder opleverde en legden een bevel tot gedeeltelijke afbraak en terugplaatsing van een gemeenschappelijke muur op.
De Hoge Raad bevestigde dat het verkrijgen van een bouwvergunning met formele rechtskracht niet betekent dat de vergunninghouder vrijgesteld is van aansprakelijkheid voor onrechtmatige hinder. De wettelijke regeling van het bestemmingsplan is niet bedoeld om onrechtmatige hinder in alle gevallen te voorkomen. De rechter moet het bestemmingsplan wel betrekken bij zijn beoordeling, maar het gebruik van toegestane bouwmogelijkheden kan toch onrechtmatige hinder opleveren.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van eiser en bevestigde het oordeel van het hof dat de uitbouw onrechtmatige hinder veroorzaakt. De beslissing is gebaseerd op een juiste maatstaf en voldoende gemotiveerd. Het arrest benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging bij burenrechtelijke geschillen over hinder door bouwactiviteiten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het bevel tot gedeeltelijke afbraak van de uitbouw en terugplaatsing van de muur blijft in stand.