ECLI:NL:HR:2005:AT8247
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot wijziging gezamenlijk ouderlijk gezag en tijdelijke ontzegging omgangsrecht vader
De zaak betreft een verzoek tot wijziging van het gezamenlijk ouderlijk gezag over een minderjarig kind en de ontzegging van het omgangsrecht van de vader als tijdelijke maatregel. Na echtscheiding oefenden beide ouders gezamenlijk gezag uit, maar het kind verbleef bij de moeder. De vader verzocht het gezag exclusief toe te wijzen en de verblijfplaats te wijzigen, terwijl de moeder het gezag alleen aan haar wilde toewijzen en de omgang wilde stoppen.
De rechtbank wees het verzoek van de vader af en kende het gezag exclusief aan de moeder toe. Tevens werd het omgangsrecht van de vader voor twee jaar ontzegd wegens spanningen die schadelijk zouden zijn voor het kind. Het hof vernietigde het deel van de rechtbanksbeslissing over het gezag en handhaafde het gezamenlijke gezag, maar bekrachtigde de tijdelijke ontzegging van het omgangsrecht.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht het belang van het kind als maatstaf heeft genomen en dat een tijdelijke schorsing van het omgangsrecht op grond van artikel 1:253a BW mogelijk is, ook bij gezamenlijk gezag. Klachten van de vader over toepassing van artikel 1:377a BW en schending van het EVRM worden verworpen. Het cassatieberoep wordt afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het gezamenlijk gezag met tijdelijke ontzegging van het omgangsrecht van de vader.