ECLI:NL:HR:2010:BL7040
Hoge Raad
- Cassatie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing omgangsrecht vader met kinderen voor bepaalde tijd
In deze zaak stond de vraag centraal of de omgangsregeling tussen de vader en zijn kinderen tijdelijk geschorst kon worden. De vader had beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem, waarin werd bepaald dat het omgangsrecht tijdelijk niet mocht worden uitgeoefend.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken en het toepasselijke recht, met name artikel 1:253a BW, dat bij gezamenlijke gezagsuitoefening de mogelijkheid biedt om het omgangsrecht tijdelijk te schorsen indien het belang van het kind dit vereist. De advocaat-generaal had geconcludeerd dat de schorsing voor de duur van een jaar vanaf 16 december 2008 gerechtvaardigd was.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de vader niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep. Hiermee werd de beschikking van het gerechtshof bevestigd, waarmee de tijdelijke schorsing van het omgangsrecht werd gehandhaafd in het belang van het kind.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de tijdelijke schorsing van het omgangsrecht van de vader.