ECLI:NL:HR:2005:AS5808
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek buitenlandse belasting bij toepassing belastingverdrag Nederland-VS
Belanghebbende, een Amerikaanse staatsburger woonachtig in Nederland in 2000, ontving inkomsten uit dienstbetrekking en royalty's uit de VS. Over deze inkomsten werd in Nederland belasting geheven. In de VS werd een tax credit verleend, maar vanwege de Alternative Minimum Tax bleef een bedrag aan belasting verschuldigd. Belanghebbende vorderde aftrek van deze buitenlandse belasting op grond van artikel 43 Wet Pro IB 1964.
Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, stellende dat artikel 43 Wet Pro IB 1964 geen aftrek toelaat indien een belastingverdrag ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing is. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het middel dat betoogde dat aftrek slechts beperkt mocht worden als dubbele belasting feitelijk werd voorkomen.
De Hoge Raad benadrukte dat het belastingverdrag tussen Nederland en de VS een regeling is ter voorkoming van dubbele belasting in de zin van artikel 43 Wet Pro IB 1964, waardoor aftrek van de buitenlandse belasting niet is toegestaan. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde partijen niet in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat geen aftrek van buitenlandse belasting mogelijk is bij toepassing van het belastingverdrag Nederland-VS.