ECLI:NL:GHAMS:2003:AQ5824
Gerechtshof Amsterdam
- Mondelinge uitspraak
- Kostense
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing regeling ter voorkoming van dubbele belasting op inkomsten uit dienstbetrekking en royalty’s
Belanghebbende, een Amerikaanse staatsburger en inwoner van Nederland, had inkomsten uit dienstbetrekking in Nederland en royalty’s uit de VS. Hij bracht in zijn belastingaangifte een bedrag aan in de VS betaalde belasting in mindering. De inspecteur weigerde deze aftrek. Het Hof oordeelt dat op deze inkomsten een regeling ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing is op grond van het belastingverdrag tussen Nederland en de VS.
Belanghebbende stelde dat de regeling niet van toepassing was omdat de VS op grond van het verdrag Amerikaanse staatsburgers mag belasten alsof het verdrag niet bestond. Het Hof verwierp dit en wees op artikel 25, zesde lid, van het verdrag, dat een specifieke regeling bevat voor Amerikaanse staatsburgers die in Nederland wonen, waarbij de VS een tax credit verleent voor in Nederland betaalde belasting.
Het Hof concludeerde dat de in de VS betaalde belasting niet als aftrekbare kosten kan worden beschouwd omdat er een verdragsrechtelijke regeling is die dubbele belasting voorkomt, ook al blijft er feitelijk een belastingbedrag over. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aftrek van in de VS betaalde belasting wordt geweigerd.