ECLI:NL:GHAMS:2007:BB4627
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrek ter voorkoming dubbele belasting voor in Hongkong verrichte arbeid
Belanghebbende betwistte de aanslag inkomstenbelasting over 1997 waarbij de inspecteur slechts een beperkte aftrek ter voorkoming van dubbele belasting verleende voor loon ontvangen van E Ltd., een Hongkongse vennootschap. Belanghebbende stelde dat hij recht had op een hogere aftrek omdat zijn werkzaamheden, ook buiten Hongkong, wezenlijk samenhingen met zijn dienstbetrekking bij E Ltd., en dat hij bovendien in het verleden door de inspecteur was gevolgd in een ruimere toepassing van de aftrek (vertrouwensbeginsel).
Het Hof oordeelde dat op grond van artikel 2 van Pro het Besluit voorkoming dubbele belasting 1989 alleen het deel van het loon dat toe te rekenen is aan arbeid feitelijk verricht binnen Hongkong in aanmerking komt voor vrijstelling. Omdat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat hij meer dan 89 dagen in Hongkong had gewerkt, werd een tijdsevenredige toerekening toegepast met een breuk 89/267, rekening houdend met vakantiedagen, feestdagen en weekeindagen waarop werd gewerkt.
Belanghebbende had met bewijsstukken aangetoond dat over de in Hongkong verrichte arbeid Salaries Tax was betaald, zodat aan de voorwaarden voor aftrek werd voldaan. Desondanks werd de aanslag niet verminderd omdat de inspecteur zich met succes op interne compensatie beriep: de in Hongkong betaalde belasting was door of voor rekening van E Ltd. betaald en moest als loon bij belanghebbende worden gerekend. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de inspecteur een weloverwogen standpunt had ingenomen in eerdere jaren. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag wordt bevestigd ondanks een hogere berekende vrijstelling.