ECLI:NL:HR:2004:AR5980
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof inzake ontvankelijkheid bezwaar en verwijst zaak terug
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1999 een aanslag inkomstenbelasting en een boete opgelegd. De Inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk, maar het Hof verklaarde het bezwaar alsnog ontvankelijk en handhaafde de aanslag en boete. Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Hof.
Tijdens de zitting gaf de voorzitter van de Hoge Raad aan dat primair over de ontvankelijkheid geoordeeld moest worden en dat bij ontvankelijkheid een tweede mondelinge behandeling zou volgen. Het Hof stelde echter zonder tweede zitting uitspraak en handhaafde de aanslag en boete, waardoor belanghebbende niet voldoende gelegenheid kreeg zich uit te laten.
Daarnaast ging het Hof zonder nadere motivering voorbij aan het door belanghebbende aangeboden getuigenbewijs, dat juist voor de inhoudelijke behandeling was bedoeld. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof hiermee in strijd handelde met de procesorde en vernietigde het arrest.
De zaak wordt terugverwezen naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling en beslissing, waarbij het Hof ook moet beoordelen of belanghebbende recht heeft op vergoeding van proceskosten. De Staatssecretaris van Financiën wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.