ECLI:NL:PHR:2011:BR6388
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Voorkoming dubbele belasting bij ontslagvergoeding en toerekening aan vaste inrichting
Belanghebbende ontving een ontslagvergoeding na beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst bij B.V., waarbij hij ook werkzaamheden verrichtte in Vietnam voor een vaste inrichting van de Holding. De vraag was of een deel van deze vergoeding aan Vietnam kon worden toegerekend voor voorkoming van dubbele belasting.
De Rechtbank en het Hof oordeelden dat de ontslagvergoeding niet feitelijk ten laste was gekomen van de Vietnamese vaste inrichting, waardoor toerekening aan Vietnam niet mogelijk was. De Hoge Raad bevestigt deze lijn en benadrukt dat de ontslagvergoeding alleen kan worden toegerekend aan de werkstaat indien deze vergoeding feitelijk en specifiek ten laste is gekomen van een werkgever of vaste inrichting in die staat.
De Hoge Raad verduidelijkt dat een algemene doorbelasting aan groepsmaatschappijen niet voldoet aan deze eis en dat de bewijslast hiervoor bij de werknemer ligt. Daarnaast wordt ingegaan op de jurisprudentie over de verdeling van heffingsbevoegdheid op basis van arbeidsverleden en de specifieke eisen voor ontslagvergoedingen in internationale context.
Belanghebbendes klachten over onjuiste vaststellingen en toepassing van jurisprudentie worden verworpen, en het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard; de ontslagvergoeding wordt niet toegerekend aan de Vietnamese vaste inrichting vanwege het ontbreken van feitelijke doorbelasting.