ECLI:NL:PHR:2004:AQ8470
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over dubbele strafbaarheid en deelneming aan criminele organisatie in Clickfondszaak
In deze cassatiezaak staat de Clickfondszaak centraal, waarin verzoeker is veroordeeld voor het aannemen van giften in strijd met de goede trouw en deelname aan een criminele organisatie gericht op niet-ambtelijke omkoping. De feiten betreffen betalingen ontvangen door verzoeker in Londen en Nederland, die hij verzweeg tegenover zijn werkgever.
De Hoge Raad behandelt onder meer de eis van dubbele strafbaarheid volgens art. 5, eerste lid, onder 2o Sr en oordeelt dat het niet vereist is dat de buitenlandse strafbaarstelling identiek is aan de Nederlandse. Het Engelse recht kent geen algemene doctrine van 'goede trouw', maar de Prevention of Corruption Act 1906 bevat voldoende nauwkeurige strafbaarstellingen die vergelijkbaar zijn met de Nederlandse.
Verder wordt geoordeeld dat voor deelname aan een criminele organisatie ex art. 140 Sr Pro niet vereist is dat de verdachte bekend was met alle andere leden; bewustzijn van het algemene criminele oogmerk en samenwerking met ten minste één ander volstaat. Ook wordt het verweer van verzoeker dat betalingen voortkwamen uit een beleggingsclub niet gevolgd.
Ten aanzien van de procesrechtelijke aspecten oordeelt de Hoge Raad dat het OM ontvankelijk is ondanks het verlenen van een nadere termijn voor dagvaarding na het verstrijken van de oorspronkelijke termijn. De redelijke termijn is niet overschreden gezien de complexiteit van de zaak en de proceshouding van verzoeker.
De middelen van cassatie worden verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verzoeker voor het aannemen van giften en deelname aan een criminele organisatie.