ECLI:NL:HR:2004:AO5057
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- J.C. van Oven
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Beperking aftrekbaarheid advocaatkosten bij strafrechtelijke veroordeling predikant
Belanghebbende, een predikant, werd in 1998 veroordeeld voor ontucht en kreeg een voorwaardelijke gevangenisstraf, onbetaalde arbeid en beroepsontzetting opgelegd. Naast strafrechtelijke procedure liep een kerkelijke procedure die leidde tot afzetting. Belanghebbende bracht de kosten van rechtsbijstand (ƒ 17.879) in aftrek op zijn inkomstenbelasting. De Inspecteur erkende slechts de helft als aftrekbaar, uitgaande van kosten voor de kerkelijke procedure.
Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en liet een deel van de advocaatkosten die betrekking hadden op de strafprocedure aftrekbaar zijn. De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat de wettelijke bepaling in artikel 36, lid 1, aanhef en letter m, Wet op de inkomstenbelasting 1964, die aftrek van kosten verbiedt die verband houden met misdrijven waarvoor onherroepelijk is veroordeeld, ruim moet worden uitgelegd.
De Hoge Raad stelde vast dat ook kosten van rechtsbijstand in strafprocedures verband houden met het misdrijf en daarom niet aftrekbaar zijn. De wetsgeschiedenis ondersteunt deze ruime uitleg en sluit geen inbreuk op het recht op rechtsbijstand uit. Het cassatieberoep werd gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en het beroep tegen de aanslag ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verklaart het beroep tegen de aanslag ongegrond; advocaatkosten in strafprocedure zijn niet aftrekbaar.