ECLI:NL:HR:2004:AM2358
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over terugkomen op eindbeslissing in geschil over indeplaatsstelling bij overname watersportbedrijf
Deze zaak betreft een geschil over de koop en indeplaatsstelling van een watersportbedrijf te [plaats]. Eiser vorderde betaling van de koopprijs van verweerders, die zich niet als huurder in de plaats van eiser lieten stellen, wat volgens eiser aan henzelf te wijten was vanwege verboden concurrentie en onvoldoende exploitatie.
De rechtbank wees de vordering grotendeels toe, maar het hof vernietigde dit en wees de vordering af. Het hof kwam later terug op zijn eerdere eindbeslissing na een comparitie, waarbij bleek dat er misverstanden waren over de vraag of verweerders verboden concurrentie pleegden en hun bedrijfsvoering.
De Hoge Raad overweegt dat een eindbeslissing in dezelfde instantie in principe niet kan worden herzien, tenzij bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen. In dit geval was geen sprake van een onjuiste feitelijke grondslag die niet aan verweerders kon worden toegerekend. Het hof had ten onrechte teruggekomen op zijn eindbeslissing.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing. Tevens veroordeelt de Hoge Raad verweerders in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof Amsterdam en verwijst zaak naar hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.