ECLI:NL:GHAMS:2025:3502

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
16 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
200.336.614/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep inzake de werkingssfeer van pensioenfondsen voor G-Star RAW C.V.

In deze zaak, die voor het Gerechtshof Amsterdam is behandeld, gaat het om een hoger beroep van G-Star RAW C.V. tegen een beschikking van de kantonrechter. De kern van het geschil betreft de vraag of G-Star onder de werkingssfeer van de verplichtstelling van het Stichting Bedrijfstakpensioenfonds Mode-, Interieur-, Tapijt- en Textielindustrie (Bpf MITT) valt, of onder die van het Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Detailhandel (Bpf Detailhandel). Het hof heeft eerder, in een tussenarrest van 22 april 2025, aangegeven behoefte te hebben aan deskundige voorlichting om de bedrijfsactiviteiten van G-Star in kaart te brengen. Na het nemen van aktes door partijen, heeft het hof een deskundige benoemd en vragen geformuleerd die aan deze deskundige voorgelegd moeten worden. De partijen hebben hun standpunten over de benoeming van de deskundige en de vragen die aan deze deskundige moeten worden voorgelegd, uiteengezet. Het hof heeft in zijn beoordeling de argumenten van beide partijen in overweging genomen, maar heeft besloten de voorgestelde aanpassingen van Bpf MITT niet over te nemen. Het hof heeft de deskundige benoemd en de vragen geformuleerd die deze deskundige moet beantwoorden. De zaak is aangehouden voor verdere behandeling en de kosten van het deskundigenonderzoek worden voorlopig door beide partijen gezamenlijk gedragen.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.336.614/01
zaaknummer rechtbank Amsterdam : 10064717 CV EXPL 22-11025
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 16 december 2025
in de zaak van
STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS MODE-, INTERIEUR-, TAPIJT- EN TEXTIELINDUSTRIE,
gevestigd te Heerlen,
appellante,
advocaat: mr. E. Lutjens te Amsterdam,
tegen
G-STAR RAW C.V.,
gevestigd te Duivendrecht, gemeente Ouder-Amstel,
geïntimeerde,
advocaat: mr. P.G. Vestering te Amsterdam,
met als tussenkomende partij:
STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE DETAILHANDEL,
gevestigd te Utrecht,
tussenkomende partij,
advocaat: mr. M.W. Minnaard te Amsterdam.
Partijen worden hierna Bpf MITT, G-Star en Bpf Detailhandel genoemd.

1.De zaak in het kort

Vervolg op tussenarrest van 22 april 2025 waarin het hof heeft overwogen behoefte te hebben aan voorlichting door een deskundige teneinde de bedrijfsactiviteiten van G-Star in kaart te krijgen. Na aktes van partijen komt het hof tot benoeming van een deskundige en worden de aan de deskundige voor te leggen vragen geformuleerd.

2.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

In deze zaak heeft het hof op 22 april 2025 een tussenarrest (hierna: het tussenarrest) uitgesproken. Voor het verloop van het geding tot die datum wordt daarnaar verwezen.
Partijen hebben ieder op 20 mei 2025 een akte genomen, G-Star met producties.
Vervolgens is wederom arrest bepaald.
3. De verdere beoordeling
3.1.
Kern van het geschil is of (1) G-Star valt onder de werkingssfeer van de verplichtstelling van Bpf MITT of die van Bpf Detailhandel; (2) in de voorliggende zaak sprake is van overlap/samenloop van verplichtstellingen; en zo ja, (3) welk verplichtstellingsbesluit in dat geval buiten toepassing moet worden gelaten.
3.2.
Het hof heeft onder 5.16 van het tussenarrest overwogen dat G-Star onder de werkingssfeerbepaling van het verplichtstellingsbesluit van Bpf MITT valt. Om te kunnen bepalen of G-Star ook onder de werkingssfeerbepaling valt van het verplichtstellingsbesluit van Bpf Detailhandel heeft het hof overwogen behoefte te hebben aan nadere voorlichting door een deskundige over de bedrijfsactiviteiten van G-Star. Het hof heeft partijen verzocht gezamenlijk één deskundige voor te stellen, en voor het geval zij niet erin slagen overeenstemming te bereiken over de persoon van de te benoemen deskundige, aangegeven de deskundige zelf aan te wijzen. Het hof heeft voorgesteld aan de te benoemen deskundige de volgende vragen voor te leggen:
Uit het kleurenschema van 3.5 blijkt dat 17,7 fte is gemoeid met groothandelsactiviteiten. Welke jaarlijkse loonsom gaat daarmee gepaard?
(a) Hoeveel werknemers (in de zin van hoeveelheid fte) van G-Star verrichten
directwerkzaamheden ten behoeve van de exploitatie van de E-Store?
(b) Wat is de jaarlijkse loonsom van deze werknemers?
3) ( (a) Hoeveel werknemers van G-Star (in de zin van hoeveelheid fte) verrichten
ondersteunende(zie 5.22) activiteiten ten behoeve van de exploitatie van E-Store?
(b) Wat is de jaarlijkse loonsom van deze werknemers?
4) Wat voor soort werkzaamheden worden verricht op de afdelingen Exco, Retail, Retail Operations Europe en Product- Merchandising? In hoeverre vallen de activiteiten die op deze afdelingen worden verricht onder ondersteunende werkzaamheden ten behoeve van (a) Erno’s, (b) de exploitatie van de groothandel, en (c) de exploitatie van E-Store?
3.3
Partijen zijn bij het tussenarrest in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de persoon van de deskundige en de voorlopig geformuleerde vragen.
3.4.1
Bpf MITT voert bij de door haar genomen akte aan dat het hof in het tussenarrest de hierna te noemen onjuiste uitgangspunten hanteert. Bpf MITT verzoekt het hof deze uitgangspunten te heroverwegen alvorens tot benoeming van de deskundige te komen.
Ten eersteis Bpf MITT het oneens met de vaststelling onder 5.20 dat G-Star groothandelsactiviteiten verricht. De verwijzing naar 3.5 waaruit zou blijken dat het verrichten van groothandelsactiviteiten vaststaat, is niet juist. Het gaat blijkens de omschrijving daarbij om sales activiteiten. Van koop en verkoop in het groot, blijkt daar niet uit. Overigens heeft het hof ten onrechte niet aangehaald dat het verplichtstellingsbesluit van Bpf Detailhandel voor de groothandelsfunctie het ‘uitsluitend of in hoofdzaak’ criterium kent. Wil de groothandelsfunctie relevantie hebben, dan moet hieraan zijn voldaan.
Ten tweedeis volgens Bpf MITT onjuist de in 5.24 besloten liggende veronderstelling dat detailhandelsactiviteiten en groothandelsfunctie bij elkaar opgeteld kunnen worden om te bepalen of, en in welke mate, G-Star onder de werkingssfeer van Bpf Detailhandel valt. Dat berust op een onjuiste uitleg van het verplichtstellingsbesluit van Bpf Detailhandel. Die verplichtstelling kent enerzijds de detailhandel met vergelijking van het loonbedrag van elke andere bedrijvigheid, inclusief die van groothandelsfunctie als andere bedrijvigheid dan onder detailhandel begrepen activiteit. Anderzijds kent de verplichtstelling de groothandelsfunctie waarvoor het ‘uitsluitend of in hoofdzaak’ criterium geldt en om te bepalen of daaraan is voldaan kan niet de detailhandelsactiviteit daarbij opgeteld worden.
Ten derdeis de vaststelling in 5.21 dat de verkoop door E-Store is aan te merken als een door G-Star verrichte activiteit die valt onder de verplichtstelling van Bpf Detailhandel onjuist. Omdat E-Store een zelfstandig rechtspersoon is, is deze vaststelling strijdig met het in 3.18 gekozen - juiste - uitgangspunt dat naar de activiteiten van de werkgever moet worden gekeken. Dat werknemers van G-Star mogelijk ingezet zijn door E-Store voor verkoopactiviteiten, brengt niet mee dat er sprake is van een verkoopactiviteit door G-Star. Het is verkoop via een derde ten aanzien waarvan het hof in 5.22 terecht oordeelt dat dit buiten beschouwing moet blijven, aldus steeds Bpf MITT.
3.4.2
Met inachtneming van het voorgaande verzoekt Bpf MITT het hof de hiervoor onder 3.2 weergegeven vragen te herformuleren. Met betrekking tot vraag 1 (
loonsom groothandelsactiviteiten) voert Bpf MITT het volgende aan. Omdat uit de eigen stellingen van G-Star en het kleurenschema al volgt dat de groothandelsfunctie niet uitsluitend of in hoofdzaak wordt uitgeoefend door G-Star, meent Bpf MITT dat de vraag naar de loonsom die met deze activiteiten is gemoeid, niet behoeft te worden gesteld. Met betrekking tot vraag 2 begrijpt Bpf MITT niet wat de strekking van deze vraag is. E-Store is een rechtspersoon die verkoopactiviteiten verricht. Het criterium dat werknemers van een andere rechtspersoon werken ‘ten behoeve van een verkooponderneming’, valt niet onder de werkingssfeer van Bpf Detailhandel. Dat E-store geen werknemers in dienst heeft (maar deze blijkbaar inleent), impliceert niet dat daardoor de andere onderneming de activiteit van verkoop verricht. Deze vraag is daarom buiten de uitgangspunten die het hof zelf heeft geformuleerd. Indien het hof oordeelt dat de vraag toch relevantie heeft, zou de vraag moeten zijn welke werknemers van G-Star voor G-Star zelf verkoopactiviteiten verrichten. Ook bij vraag 3 zou, gelet op het voorgaande, verduidelijkt moeten worden dat het enkel om E-Store gaat. Wat betreft vraag 4 meent Bpf MITT dat het inderdaad van belang kan zijn welke activiteiten worden verricht op de in de vraag genoemde afdelingen. De vraag sluit evenwel niet aan bij de werkingssfeer-bepalingen van Bpf Detailhandel. Die werkingssfeer brengt mee dat het voor groothandels-functie ‘om uitsluitend of in hoofdzaak van’ enkel die activiteit gaat. De detailhandel brengt mee dat naar de loonsom in vergelijking met alle andere activiteiten moet worden gekeken. In het verlengde van het voorgaande geldt dat de verkoop door E-Store geen activiteit van G-Star is en dus niet in aanmerking behoort te worden genomen, aldus Bpf MITT.
3.4.3
Met betrekking tot de persoon van de te benoemen deskundige merkt Bpf MITT op dat die een onafhankelijke accountant moet zijn die geen betrokkenheid heeft (gehad) met G-Star of Bpf Detailhandel. Bpf MITT heeft voorgesteld [naam 1] van het kantoor Newtone B.V of - naar het hof begrijpt - een accountant van het kantoor Sprenkels.
3.5.1
Bpf Detailhandel voert bij akte aan dat het hof onder 5.20 tot en met 5.22 van het tussenarrest heeft geoordeeld dat G-Star detailhandelsactiviteiten verricht. Omdat G-Star (voor een beperkt deel) ook MITT-activiteiten uitvoert is de relevante vraag of de detailhandel in loonbedrag wordt overtroffen door het loonbedrag in verband met andere bedrijvigheid. Is de loonsom in verband met de detailhandel gelijk aan of groter dan die van MITT-activiteiten dan is de uitzondering niet van toepassing. G-Star valt in dat scenario uitsluitend onder Bpf Detailhandel aangezien het wettelijk systeem geen dubbele aansluiting toestaat. Voor beantwoording van de genoemde vraag is van belang wat het loonbedrag is van de werknemers die betrokken zijn bij detailhandelsactiviteiten. Belangrijk hierbij is dat geen absolute of relatieve (procentuele) ondergrens van toepassing is: van alle werknemers die betrokken zijn bij detailhandelsactiviteiten, dient de volledige loonsom te worden meegenomen. Dit uitgangspunt dient bij de beantwoording van de door het hof geformuleerde vragen telkens in aanmerking te worden genomen, aldus Bpf Detailhandel.
3.5.2
Met betrekking tot de persoon van de te benoemen deskundige meent Bpf Detailhandel dat de deskundige een onafhankelijke accountant (RA) dient te zijn die beschikt over ervaring met werkingssfeeronderzoeken bij bedrijfstakpensioenfondsen of cao’s, kennis heeft van de retailsector en/of groothandel en geen eerdere betrokkenheid heeft bij (werkzaamheden voor) Bpf MITT of sociale partners MITT.
3.6.1
G-Star voert bij akte het volgende aan. Aangezien het hof de eigen online verkopen door G-Star (terecht) meetelt voor de detailhandelsactiviteiten van G-Star, zou hetzelfde moeten gelden ten aanzien van de verkopen door G-Star via de website in de Verenigde Staten van Amerika. Group eStore Inc. (E-Store US) in Amerika heeft geen eigen werknemers in dienst en is een lege juridische entiteit; ook alle directe en ondersteunende werkzaamheden voor deze website worden vanuit G-Star in Nederland verricht, net zoals dat voor E-Store het geval is. Het werk voor zowel E-Store als E-Store US wordt geheel door medewerkers van G-Star verricht en behoort daarom tot de detailhandelsactiviteiten.
3.6.2
Met betrekking tot de groothandelsactiviteiten voert G-Star aan dat twee preciseringen dienen te worden gemaakt. In de eerste plaats verrichten G-Star medewerkers groothandelsactiviteiten voor G-Star zelf en voor een aantal groepsvennootschappen zonder eigen personeel. Het gaat om G-Star UK Ltd., G-Star Italy S.r.l., G-Star Franchise B.V. en G-Star PIC Hong Kong. De werkzaamheden voor deze laatste vennootschappen worden verricht door G-Star medewerkers en vallen onder groothandelswerkzaamheden van G-Star. In de tweede plaats geldt dat ook in het geval G-Star kleding aan een derde verkoopt die deze kleding vervolgens aan de consument verkoopt, sprake is van groothandel die onder de werkingssfeer van Bpf Detailhandel valt.
3.6.3
Met betrekking tot de vraag hoeveel werknemers betrokken zijn bij detailhandelsactiviteiten stelt G-Star voor aan te sluiten bij de wijze waarop Bpf Detailhandel een werkingssfeeronderzoek uitvoert door gebruik te maken van het voor werkgevers bestemde standaard “formulier bedrijfsgegevens Pensioen detailhandel” waarin vooral de eerste vraag relevant is. Deze vraag luidt: Is binnen uw onderneming meer dan 50% van de loonsom betrokken bij het verkopen van waren aan particulieren en zakelijke eindgebruikers? Relevant is dus welke werknemers betrokken zijn bij c.q. werkzaamheden verrichten voor de detailhandelsactiviteiten (groothandel of E-Store) of de ondersteuning daarvan, en (ii) of hun loonsom 50% of meer van de totale loonsom van G-Star bedraagt. Alleen als meer dan 50% van de loonsom aan andere bedrijfsactiviteiten besteed zou worden, is de uitzondering op de werkingssfeer van Bpf Detailhandel van toepassing. Op grond van het voorgaande stelt G-Star de vraagstelling als volgt aan te passen:
Vraag 1 dient gesplitst te worden in
(a) Hoeveel werknemers (in de zin van hoeveel fte) van G-Star verrichten direct werkzaamheden ten behoeve van de groothandelsactiviteiten van G-Star? en (b) Hoeveel werknemers van G-Star (in de zin van hoeveelheid fte) verrichten ondersteunende activiteiten ten behoeve van de groothandelsactiviteiten van G-Star?
met de toevoeging
“Waarbij tot de groothandelswerkzaamheden van G-Star ook behoren de directe en ondersteunende werkzaamheden van G-Star medewerkers ten behoeve (i) G-Star UK Ltd., G-Star Italy S.r.l., G-Star Franchise BV en G-Star PIC Hong Kong en (ii) de verkoop van G-Star kleding aan en door derden buiten de groep zoals commissionairs en platforms.”
Vraag 2 dient uitgebreid te worden naar “de exploitatie van de E-Store en/of E-Store US” zoals hiervoor bedoeld. Hetzelfde geldt voor vraag 3 (a) en (de tweede) vraag 4.
3.6.4
G-Star meent dat de te benoemen deskundige een onafhankelijk (externe) accountant van een middelgrootkantoor zoals Mazars, Grant Thornton of Baker Tilly Berk dient te zijn, die ervaring heeft met werkingssfeeronderzoeken bij verplichte bedrijfstakpensioenfondsen of cao’s, bij voorkeur met betrekking tot grotere internationaal opererende retailbedrijven, en geen eerdere betrokkenheid heeft gehad bij (werkzaamheden voor) Bpf MITT. G-Star stelt tevens voor dat zij de deskundige vanuit haar HR- en financiële afdelingen informatie verschaft over de verschillende afdelingen, de functies binnen die afdelingen (fte’s en salarisbedragen) en de werkzaamheden binnen die functies (wel of niet betrokken bij detailhandelsactiviteiten), alsmede dat de deskundige een geheimhoudingsverklaring zal ondertekenen omdat hij of zij toegang zal krijgen tot vertrouwelijke bedrijfsinformatie.
3.7.
Het hof overweegt als volgt. Het hiervoor onder 3.4.1 weergegeven betoog van Bpf MITT strekt ertoe dat het hof een aantal in het tussenarrest geformuleerde uitgangspunten herformuleert omdat die in de ogen van Bpf MITT onjuist zijn. Dit betoog komt neer op een verzoek aan het hof terug te komen van een aantal onder 5.20 tot en met 5.24 in het tussenarrest vermelde bindende eindbeslissingen. Daarvoor geldt de volgende maatstaf.
3.8
De rechter die in een tussenuitspraak een geschilpunt uitdrukkelijk en zonder voorbehoud heeft beslecht, is daaraan gebonden, behoudens indien bijzondere, door de rechter in zijn desbetreffende beslissing nauwkeurig aan te geven omstandigheden het onaanvaardbaar zouden maken dat de rechter aan de eindbeslissing in kwestie zou zijn gebonden. Dit laatste kan met name het geval zijn indien sprake is van een evidente feitelijke of juridische misslag van de rechter of indien de desbetreffende beslissing blijkt te berusten op een, niet aan de belanghebbende partij toe te rekenen, onjuiste feitelijke grondslag (Hoge Raad 16 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AM2358). Een bindende eindbeslissing berust onder meer op een onjuiste feitelijke grondslag indien de rechter, na heroverweging, inziet dat zijn uitdrukkelijk en zonder voorbehoud gegeven oordeel was gegrond op een onhoudbare feitelijke lezing van een of meer gedingstukken, welke lezing, bij handhaving, zou leiden tot een einduitspraak waarvan de rechter overtuigd is dat die ondeugdelijk zou zijn (Hoge Raad 26 november 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN8521). Uit de toelichting van Bpf MITT op haar bezwaren tegen de bindende eindbeslissingen in het tussenarrest, volgt dat Bpf MITT het niet eens is met de feitelijke vaststellingen en overwegingen daaromtrent. Voormelde maatstaf beoogt echter niet om ruimte te geven aan partijen om - hun onwelgevallige - eindbeslissingen aan een herbeoordeling te onderwerpen en daartoe - al dan niet nieuwe - argumenten aan te voeren. Voor zover Bpf MITT betoogt dat het hof onjuiste beslissingen heeft genomen en/of haar stellingen en argumenten onvoldoende of onjuist heeft gewogen, kan dit geen aanleiding geven om terug te komen van in het tussenarrest gegeven bindende eindbeslissingen. Het hof is, gelet op de in het geding gebrachte stukken en in het licht van het gevoerde partijdebat, van oordeel dat geen sprake is van een evidente feitelijke of juridische misslag. Voor zover Bpf MITT daarvoor nieuwe argumenten heeft aangevoerd, kunnen die evenmin leiden tot de noodzaak om terug te komen van gegeven eindbeslissingen, nog daargelaten of nieuwe argumenten in dit stadium überhaupt toelaatbaar zijn. De regel van gebondenheid aan bij tussenarrest gegeven eindbeslissingen strekt er immers toe het partijdebat ten aanzien van die onderdelen te beëindigen.
3.9
Het voorgaande brengt met zich dat de door Bpf MITT voorgestane aanpassing van de aan de te benoemde deskundige voor te leggen vragen niet zal worden overgenomen.
3.1
Met betrekking tot hetgeen G-Star in haar akte heeft aangevoerd overweegt het hof het volgende. G-Star zal niet worden gevolgd in haar verzoek bij de door G-Star medewerkers verrichte werkzaamheden voor E-Store ook te betrekken de werkzaamheden die zij verrichten voor E-Store US. Het hof is van oordeel dat de stelling van G-Star dat haar medewerkers niet alleen voor de E-Store werkzaamheden verrichten maar ook voor E-Store US eerst na het tussenarrest naar voren is gebracht, hetgeen in strijd is met de goede procesorde. G-Star had deze stelling reeds in een eerder stadium van de procedure, zowel in eerste aanleg alsook in hoger beroep, kunnen aanvoeren. Voor zover G-Star met haar verzoek heeft beoogd het hof te laten terugkomen van een bindende eindbeslissing geldt hetgeen hiervoor is overwogen onder 3.8 met betrekking tot de verzoeken van Bpf MITT. Het verzoek van G-Star strekkende tot precisering van de groothandelswerkzaamheden als hiervoor onder 3.6.2 weergegeven, wordt op dezelfde voet verworpen. Onder 5.20 van het tussenarrest heeft het hof reeds geoordeeld dat G-Star groothandelsactiviteiten verricht en dat blijkens het onder 3.5 vermelde schema daaronder vallen Wholesale (2,0 fte), Sales Europe-Benelux (2,9 fte) en Sales Operations (12,8 fte). Wat G-Star aanvoert met betrekking tot de wijze waarop bepaald dient te worden hoeveel werknemers betrokken zijn bij detailhandel, overweegt het hof dat de wijze waarop dit onderzocht wordt, voorbehouden is aan de deskundige. Het voorgaande leidt ertoe dat de onder 3.6.3 voorgestelde splitsing van vraag 1 zal worden overgenomen, behoudens de daarbij vermelde toevoeging. Bij de vraagstelling zal ook worden betrokken ‘in welke mate’ werknemers van G-Star detailhandelsactiviteiten verrichten zodat, anders dan Bpf Detailhandel hiervoor onder 3.5.1 heeft aangevoerd, alleen de daaraan gerelateerde loonsom zal worden betrokken bij de vraag of in de onderneming van G-Star de detailhandel in loonbedrag wordt overtroffen door het loonbedrag met andere in de onderneming plaatsvindende bedrijvigheid.
Persoon van de deskundige
3.11
In aanmerking genomen de hiervoor geuite wensen van partijen omtrent de persoon van de deskundige en de omstandigheid dat partijen verschillende personen hebben genoemd, zal het hof de deskundige zelf aanwijzen. Tot deskundige zal worden benoemd
drs. [naam 2] RA RV, verbonden aan Ebben Partners B.V., Nassaulaan 25 | 1213 BA Hilversum, info@ebbenpartners.nl | www.ebbenpartners.com; tel: + 31 (0) 35 205 75 75 (hierna: de deskundige). De deskundige heeft aan het hof bevestigd dat het hem vrijstaat in de onderhavige zaak als deskundige op te treden.
Vraagstelling
3.12.
Het hof heeft - voor zover terecht bevonden - de overige door partijen voorgestelde aanpassingen of aanvullingen overgenomen en in de vraagstelling verwerkt. Aan de deskundige zullen de volgende vragen worden voorgelegd:
Vraag 1:
(a) Hoeveel werknemers (in de zin van hoeveelheid fte) van G-Star verrichten in welke mate direct werkzaamheden ten behoeve van de groothandelsactiviteiten van G-Star?
(b) Hoeveel werknemers (in de zin van hoeveelheid fte) van G-Star verrichten in welke mate ondersteunende activiteiten ten behoeve van de groothandelsactiviteiten van G-Star?
Vraag 2:
(a) Hoeveel werknemers (in de zin van hoeveelheid fte) van G-Star verrichten in welke mate direct werkzaamheden ten behoeve van de exploitatie van de E-Store?
(b) Wat is de jaarlijkse loonsom van deze werknemers die hieraan kan worden gekoppeld?
Vraag 3:
(a) Hoeveel werknemers van G-Star (in de zin van hoeveelheid fte) verrichten in welke mate ondersteunende (zie 5.22) activiteiten ten behoeve van de exploitatie van E-Store?
(b) Wat is de jaarlijkse loonsom van deze werknemers die hieraan kan worden gekoppeld?
Vraag 4:
Wat voor soort werkzaamheden worden verricht op de afdelingen Exco, Retail, Retail Operations Europe en Product- Merchandising? In hoeverre vallen de activiteiten die op deze afdelingen worden verricht onder ondersteunende werkzaamheden ten behoeve van (a) Erno’s, (b) de exploitatie van de groothandel, en (c) de exploitatie van E-Store?
Vraag 5:
Heeft u overigens opmerkingen die van belang kunnen zijn voor de beoordeling van deze zaak?
3.13.1
De deskundige heeft met een beroep op artikel 8.2 sub 70 van de Leidraad deskundigen in civiele zaken te kennen gegeven het deskundigenonderzoek te verrichten onder de voorwaarde dat zijn gebruikelijke aansprakelijkheidsbeperking van toepassing is. Deze bepaling luidt als volgt.
70. In andere gevallen kunt u, als u dat zelf wilt, aan partijen en de rechter schriftelijk laten weten dat u de benoeming wilt aanvaarden onder de voorwaarde dat uw gebruikelijke aansprakelijkheidsbeperking van toepassing is. U vermeldt daarbij de inhoud van de aansprakelijkheidsbeperkende voorwaarde. Het is verstandig partijen te verzoeken daaronder hun handtekening voor akkoord te plaatsen en het stuk aan u te retourneren. U begint niet met uw onderzoek voordat u de door partijen getekende akkoordverklaring retour heeft ontvangen (zie echter ook nr. 138).
N.B.: Als u in de tussentijd toch met het onderzoek bent begonnen voordat de kwestie tot uw tevredenheid is opgelost, kan dat later worden uitgelegd als aanvaarding van de benoeming zonder toepasselijkheid van een aansprakelijkheidsbeperkende voorwaarde.
3.13.2
Voorts heeft de deskundige zijn werkzaamheden begroot op een bedrag € 37.730,00, te vermeerderen met 6% ter zake van kantoorkosten en 21% aan btw, derhalve een totaalbedrag van € 48.392,49 (inclusief btw en kantoorkosten).
3.14
Partijen worden in de gelegenheid gesteld zich
bij akteuit te laten over de hiervoor genoemde aansprakelijkheidsbeperking en kostenbegroting, een ander als vervat in de bij dit arrest gevoegde brief van de deskundige van 8 december 2025, met bijlage. Zij dienen zich in hun akte uitsluitend tot deze onderwerpen te beperken. Met betrekking tot de kosten van het deskundigenonderzoek bepaalt het hof dat deze kosten vooralsnog door beide partijen gezamenlijk dienen te worden gedragen in die zin dat de ene helft van het bedrag ten laste van Bpf MITT wordt gebracht en de andere helft ten laste van G-Star en Bpf Detailhandel gezamenlijk.
3.15
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4.Beslissing

Het hof:
verwijst de zaak naar de rolzitting van
13 januari 2026voor het nemen van een akte door ieder van partijen met het onder 3.14 vermelde doel;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.L.D. Akkaya, F.J. van de Poel en W. Aardenburg, en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 16 december 2025.
EBBEN Partners B.V.
Nassaulaan 25 | 1213 BA Hilversum
info@ebbenpartners.nl | www.ebbenpartners.com
Tel: + 31 (0) 35 205 75 75
KvK: 63634473
Vertrouwelijk
Aan: Gerechtshof Amsterdam
Civiel recht
Postbus 1312
1000 BH Amsterdam
Via e-mail: [e-mailadres]
Hilversum, 8 december 2025
Betreft: Bevestiging deskundigenonderzoek zaak G-STAR RAW C.V.
Uw kenmerk: 200.336.614/01
Geachte mevrouw [naam 3] ,
Met referte aan uw schrijven van 1 december 2025 treft u hierbij het stappenplan, een begroting van de kosten van het deskundigenonderzoek bekend onder zaaknummer 200.336.614/01 en overige punten.
Hoogachtend,
Drs. [naam 2] RA RV
Stappenplan
De beoordeling van de door partijen beschikbaar gestelde informatie wordt aan de deskundigen overgelaten. Wij zullen hiertoe kennisnemen van alle gegevens c.q. bescheiden die in overeenstemming met het tussenarrest van 22 april 2025 aan ons ter beschikking zijn dan wel worden gesteld.
Fase 1:
De eerste fase zal bestaan uit het verzamelen van alle informatie die betrekking heeft op G-Star Raw C.W. en de gelieerde entiteiten (de G-Star groep), inclusief de samenstelling van het aantal fte werknemers en hun rollen/functies per entiteit en/of afdeling. Hierbij dient tevens in kaart te worden gebracht welke werkzaamheden zij verrichten.
We zullen specifiek in gaan op de categorieën werkzaamheden die zijn genoemd in de voorgelegde vragen: groothandelsactiviteiten, werkzaamheden ten behoeve van de exploitatie van de E-Store, werkzaamheden op de afdelingen Exco, Retail, Retail Operations Europe en Product- Merchandising. Daarnaast zullen de loonsommen, behorende bij de fte werknemers die bijdragen aan elk van de genoemde categorieën van werkzaamheden, in kaart worden gebracht.
Wij zullen de benodigde informatie verzamelen op basis van een vragenlijst, waarna wij deze informatie zullen analyseren.
Fase 2
In de tweede fase zullen wij één of meerdere informatieve interviews houden met de sleutelpersonen van de G-Star groep welke inhoudelijk betrokken zijn bij het registreren, verantwoorden, rapporteren en monitoren van de benodigde informatie (denk hierbij bijvoorbeeld aan de algemeen directeur, de financieel directeur en de HR-directeur en eventuele betrokken leden van het management team). Daarnaast zullen wij een informatief interview houden met een vertegenwoordiger van het Bpf MITT.
Gedurende de informatieve interviews kunnen de aangeleverde gegevens c.q. bescheiden worden besproken inclusief eventuele vragen van de deskundige. Er is daarnaast gelegenheid om vragen aan de deskundige te stellen en eventuele opmerkingen te maken over de inhoud van de beoordeelde werkzaamheden.
Indien noodzakelijk naar het inzicht van de deskundige kan tevens een informatief interview worden gepland met de betrokken externe accountant van G-Star.
Fase 3
Op basis van de aangeleverde gegevens en bescheiden, de interviews en de verkregen toelichtingen zullen wij onze bevindingen uitwerken in een concept deskundigen-bericht.
Voor een objectief deskundigen-bericht is het belangrijk om onze bevindingen voor te leggen aan beide partijen voor het geven van een zienswijze. De zienswijzen worden gevraagd om na te gaan of we alle relevante informatie hebben ontvangen en of de verkregen informatie juist door ons is geïnterpreteerd.
Fase 4
In de vierde fase zullen wij de ontvangen zienswijzen op het concept deskundigen-bericht analyseren. Tevens zullen we het concept deskundigen-bericht uitwerken tot een definitief deskundigen-bericht.
De doorlooptijd van onze werkzaamheden is afhankelijk van verschillende factoren waaronder de snelheid waarmee de relevante gegevens bij ons worden aangeleverd en de beschikbaarheid van de betrokken personen.
Op basis van de beschikbare informatie hebben wij hierna een indicatieve planning voor u uiteengezet.
Planning en Begroting
De kosten van een onderzoeksopdracht als deze laten zich op dit moment moeilijk begroten. Met name omdat er (nog) geen zicht is op de staat, kwaliteit en de omvang van de documenten op basis waarvan het onderzoek zal plaatsvinden. Bovendien beschik in tot op heden nog niet over het complete dossier. Om deze redenen worden de kosten in onderstaande tabel voorlopig begroot op basis van een redelijke schatting.
Weken vanaf start:
Beknopt overzicht werkzaamheden:
Fase:
1-3
Informatie verzamelen en analyseren
1
4-5
Informatieve interviews voeren
toelichtingen analyseren
en
2
6-8
Concept-deskundigenbericht schrijven
zienswijzen verkrijgen
en
3
9-12
Ontvangen zienswijzen verwerken en
definitieve deskundigenbericht schrijven
4
In de tabel geef ik een inschatting van het faseverloop van het onderzoek en van de daarbij behorende kosten.
Component
Aantal uur
Bedrag
Fase 1:
Planning en voorbereiding
2
€ 490,00
Informatie verzamelen
4
€ 980,00
Informatie analyseren
18
€ 4.410,00
Fase 2:
Informatieve interviews voeren en toelichtingen bespreken
8
€ 1.960,00
Nadere detailanalyse
16
€ 3.920,00
Fase 3:
Bevindingen uitwerken in een concept-deskundigen bericht
36
€ 8.820,00
Zienswijzen op het concept-deskundigenbericht verkrijgen
4
€ 980,00
Fase 4:
Zienswijzen verwerken
8
€ 1.960,00
Definitieve deskundigenbericht schrijven
40
€ 9.800,00
Interne review
4
€ 980,00
Projectmanagement, overleg en eventuele onvoorziene werkzaamheden
14 (10%)
€ 3.430,00
Totaal
154
€ 37.730,00
Het begrote bedrag wordt vermeerderd met 6% kantoorkosten en 21% BTW, waardoor het totaal gebudgetteerde bedrag uitkomt op € 48.392,49 inclusief kantoorkosten en BTW. Zoals verzocht kan het voorschot worden bijgesteld naar dit gebudgetteerde bedrag.
Overig
Het is akkoord om de opdracht te aanvaarden zonder toepassing van de algemene voorwaarden, mits partijen voorafgaand aan de werkzaamheden schriftelijk akkoord gaan met de onderstaande aansprakelijkheidsbeperking.

1.Aansprakelijkheid

a. EBBEN [1] is verzekerd voor beroepsaansprakelijkheid. Aansprakelijkheid van EBBEN (of aan EBBEN verbonden (rechts)personen of voor EBBEN werkzame derden) is in alle gevallen beperkt tot het bedrag dat in het desbetreffende geval daadwerkelijk wordt uitbetaald uit hoofde van de betreffende verzekering. Dit bedrag wordt vermeerderd met het bedrag van het eigen risico dat niet ten laste van de verzekeraar(s) komt.
Indien, om welke reden dan ook, geen verzekeringsuitkering plaatsvindt, is de aansprakelijkheid van EBBEN (of aan EBBEN verbonden (rechts)personen of voor EBBEN werkzame derden) beperkt tot het in het desbetreffende kalenderjaar door opdrachtgever aan EBBEN betaalde bedrag, zulks tot een maximum van EUR 50.000.
EBBEN is niet aansprakelijk voor indirecte schade, zoals gevolgschade, bedrijfsschade, schade door stagnatie of gemiste kansen. De aansprakelijkheid van EBBEN of aan haar verbonden personen gaat nooit verder dan bepaald in deze voorwaarden, ongeacht de grondslag van de vordering(en).

2.Geschillen

EBBEN verricht veelal opdrachten die verband houden met (potentiële) geschillen of onregelmatigheden, of juist de beslechting van geschillen. Dergelijke opdrachten brengen naar hun aard een vergrote kans op geschillen mee, waar EBBEN – of de voor EBBEN werkzame personen – bij betrokken kunnen raken. Deze geschillen kunnen voor EBBEN – of de voor EBBEN werkzame personen – leiden tot (eigen) kosten die niet zijn verdisconteerd in de tarieven van EBBEN. Partijen komen uitdrukkelijk overeen dat deze kosten voor rekening van opdrachtgever komen, met inachtneming van de voorwaarden die in dit artikel zijn opgenomen.
In geval van klachten, claims of aanspraken van (een) opdrachtgever(s) en/of van (een) derde(n), in verband met een door opdrachtgever(s) aan EBBEN verstrekte opdracht, ongeacht hun aard en al dan niet leidend tot civiele, strafrechtelijke of tuchtrechtelijke procedures of andere procedures, waaronder procedures buiten rechte of in het geval dat wet- of regelgeving EBBEN een informatieplicht oplegt, c.q. in het geval EBBEN door een daartoe bevoegde instantie wordt gevorderd gegevens te verstrekken in het kader van een juridische procedure, die betrekking hebben of heeft op de door EBBEN verrichte werkzaamheden, zullen de kosten die EBBEN in dit verband redelijkerwijs maakt of zal maken door opdrachtgever worden vergoed. Deze kosten omvatten onder meer – maar niet uitsluitend – (i) aanvullende werkzaamheden die EBBEN naar haar oordeel moet verrichten, en/of (ii) proceskosten, waaronder kosten van eventuele juridische bijstand, voor zover deze niet gedekt zijn door de relevante verzekeringen van EBBEN en/of (iii) overige kosten zoals secretariaatskosten, reisuren, reis- en verblijfskosten en andere gebonden kosten.
Indien er meerdere opdrachtgevers zijn, komen de in het vorige lid omschreven kosten ten laste van de opdrachtgevers gezamenlijk, waarbij zij elk hoofdelijk aansprakelijk zijn voor deze kosten. De eventuele onderlinge draagplicht is aan de opdrachtgevers.
Het gestelde in dit artikel is niet van toepassing indien en voor zover sprake is van opzet of grove schuld aan de zijde van EBBEN. Of sprake is van opzet of grove schuld aan de zijde van EBBEN dient te blijken uit de betreffende rechterlijke uitspraak. Opdrachtgever(s) kunnen de in dit artikel bedoelde vergoedingsplicht niet opschorten, verrekenen of anderszins onthouden tot het moment van de rechterlijke uitspraak, bijvoorbeeld op grond van de eigen stelling dat sprake zou zijn van opzet of grove schuld.

3.Vrijwaring

Opdrachtgever vrijwaart EBBEN, haar medewerkers en door of namens haar ingeschakelde personen tegen vorderingen uit welke hoofde dan ook van derden die stellen schade te hebben geleden die is ontstaan uit of samenhangt met de door EBBEN ten behoeve van opdrachtgever verrichte werkzaamheden voor zover deze niet is gedekt door de beroepsaansprakelijkheidsverzekering van EBBEN, tenzij de schade het gevolg is van opzet of grove schuld aan de zijde van EBBEN.
EBBEN is niet aansprakelijk voor (mogelijke) schade die voortvloeit uit of verband houdt met rechtshandelingen van opdrachtgever, waarbij deze zich heeft laten leiden door of gebaseerd heeft op uitlatingen of advies van EBBEN. De in sub a opgenomen vrijwaring geldt ook indien EBBEN wordt aangesproken in deze gevallen.
Bij het aangaan van een onderzoeksopdracht onderkent opdrachtgever dat dergelijke onderzoeken soms exceptionele en persoonlijke risico’s met zich mee kunnen brengen voor medewerkers van EBBEN. Als blijkt dat het continueren van het onderzoek dergelijke risico’s met zich meebrengt en EBBEN het onredelijk acht om het onderzoek voort te zetten, kan EBBEN de opdracht geheel of gedeeltelijk teruggeven. Opdrachtgever aanvaardt daarbij dat EBBEN niet aansprakelijk is voor schade, in welke vorm dan ook, die ontstaat uit het teruggeven van − een deel van − de opdracht.
Indien er nog vragen of onduidelijkheden zijn, verneem ik dat graag.
Met vriendelijke groet,
Drs. [naam 2] RA RV

Voetnoten

1.Waar in deze voorwaarden wordt gesproken over EBBEN wordt mede de ingeschakelde deskundige in persoon bedoeld.