ECLI:NL:HR:2003:AI0369
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Beoordeling homologatie akkoord in surséance van betaling UPC en rechtsgeldigheid stemrecht beneficial holders
Deze zaak betreft het cassatieberoep van Intercomm Holdings, LLC en aanverwante vennootschappen (ICH) tegen de homologatie van een akkoord in de surséance van betaling van United Pan-Europe Communications N.V. (UPC).
UPC had op 3 december 2002 voorlopige surséance van betaling verkregen en een akkoord aangeboden dat door de rechtbank en later door het hof werd gehomologeerd. ICH stelde dat dit akkoord onrechtmatig was omdat UPC onverplicht zekerheden had gesteld aan haar moedermaatschappij UnitedGlobalCom Inc. (UGC), waardoor andere schuldeisers werden benadeeld, en dat UGC verplicht was kapitaal te verschaffen aan UPC.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof terecht oordeelde dat geen onvoorwaardelijke kapitaalverschaffingsovereenkomst bestond en dat de zekerheden in het kader van de Belmarkenlening contractueel waren overeengekomen. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat het hof terecht heeft vastgesteld dat de schuldeisers niet zijn benadeeld in de zin van art. 3:45 BW Pro en dat UPC niet technisch failliet was bij het aangaan van de lening.
Verder bevestigt de Hoge Raad dat het stemrecht bij de crediteurenvergadering toekomt aan de beneficial holders van de obligaties, conform het toepasselijke New Yorks recht, en niet aan de legal owners of trustees. Ook oordeelt de Hoge Raad dat het aanwijzen van een voting record date voor stemgerechtigdheid in de surséance-procedure toelaatbaar is.
Het cassatieberoep wordt verworpen en de homologatie van het akkoord blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de homologatie van het akkoord en het stemrecht van de beneficial holders.