ECLI:NL:HR:2003:AF9678
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van vrijstelling overdrachtsbelasting bij bedrijfsoverdracht binnen familiekring
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting opgelegd voor de verkrijging van agrarische bedrijfsgebouwen, cultuurgrond en een woonhuis. Na bezwaar werd de aanslag verminderd, maar belanghebbende ging in beroep bij het hof, dat de aanslag en uitspraak vernietigde. De Staatssecretaris stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
Het geschil betrof de vraag of de beperking van de vrijstelling overdrachtsbelasting tot een bepaalde kring van bloed- en aanverwanten in strijd is met het discriminatieverbod uit het IVBPR en EVRM en of deze beperking een inbreuk vormt op het recht op eerbiediging van het familie- of gezinsleven. Het hof oordeelde dat sprake was van discriminatie omdat belanghebbende en zijn echtgenote feitelijk als zoon en gezin fungeerden, maar niet tot de wettelijk genoemde kring behoorden.
De Hoge Raad oordeelde dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij het bepalen van de kring van personen voor de vrijstelling en dat de beperking niet in strijd is met het discriminatieverbod. De ratio van de vrijstelling is het voorkomen van versnippering van het ondernemingsvermogen bij bedrijfsoverdracht binnen de familie. Ook is geen inbreuk op het gezinsleven vastgesteld. De Hoge Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het arrest van het hof en bevestigde de uitspraak van de inspecteur.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de uitspraak van de inspecteur en vernietigt het arrest van het hof, waarbij de beperking van de vrijstelling overdrachtsbelasting niet als discriminerend wordt beschouwd.