ECLI:NL:GHSGR:2004:AS4808
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Lingen
- Van Walderveen
- Rechtspraak.nl
Geschil over overdrachtsbelasting en waardering landbouwgrond bij maatschapontbinding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting van €9.509 opgelegd door de Inspecteur naar aanleiding van de verkrijging van landbouwgrond bij ontbinding van een maatschap. De aanslag werd bij uitspraak gedeeltelijk verminderd tot €6.514, maar belanghebbende ging in beroep bij het hof.
Het geschil betrof primair de vraag of de verkrijging vrijgesteld was van overdrachtsbelasting op grond van artikel 15, eerste lid, onderdeel b, WBR, en subsidiair of de waardering van het perceel moest plaatsvinden in verpachte staat in plaats van onverpachte staat. Belanghebbende stelde dat sprake was van een mondelinge pachtovereenkomst en dat de verkrijging gelijk behandeld moest worden als die van zijn vader.
Het hof oordeelde dat geen sprake was van een schriftelijke pachtovereenkomst conform de Pachtwet en dat de waarde in het economische verkeer in onverpachte staat terecht was gehanteerd. Het beroep op de vrijstelling werd verworpen omdat de verkrijging niet viel binnen de kring van bloed- en aanverwanten zoals voorgeschreven. Het beroep werd ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wordt ongegrond verklaard.