ECLI:NL:HR:2003:AF8162
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofuitspraak over zelfstandigheid nieuwbouw voor naheffingsaanslag omzetbelasting
Belanghebbende exploiteerde een complex bestaande uit een voorgedeelte en een achtergedeelte. In 1992 werd het voorgedeelte gesloopt en vervangen door een nieuwbouw die met het achtergedeelte verbonden bleef. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op omdat hij de nieuwbouw als een zelfstandige levering aanmerkte.
Het hof oordeelde dat het complex vóór de bouwactiviteiten als één economische eenheid werd geëxploiteerd en vernietigde de naheffingsaanslag. De Hoge Raad stelde echter vast dat het hof onbegrijpelijk oordeelde dat de nieuwbouw niet als zelfstandige zaak moest worden aangemerkt, terwijl de Inspecteur dit standpunt handhaafde.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem voor nadere beoordeling of de nieuwbouw binnen het complex een zekere zelfstandigheid bezat. Tevens werd bepaald dat het hof moet beoordelen of belanghebbende recht heeft op een vergoeding van proceskosten.
De Hoge Raad sprak geen veroordeling uit in proceskosten voor het cassatieberoep en handhaafde de beslissing omtrent het griffierecht. Dit arrest is op 2 mei 2003 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nadere beoordeling van de zelfstandigheid van de nieuwbouw.