ECLI:NL:HR:2003:AF2835
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen vergoeding opsporingskosten sociale verzekeringsfraudebestrijding
In deze zaak vorderde SFB namens meerdere sociale verzekeringsfondsen betaling van onbetaalde premies, onderzoekskosten en buitengerechtelijke kosten van een ondernemer die werd verdacht van het niet volledig aangeven van loon. De rechtbank wees de vorderingen grotendeels toe, maar het gerechtshof vernietigde deels het vonnis, met name ten aanzien van de toewijsbaarheid van de onderzoekskosten.
Het hof oordeelde dat de kosten van het opsporingsonderzoek, dat een publiekrechtelijke taak betreft gericht op het bestrijden van fraude, niet kunnen worden beschouwd als privaatrechtelijke schade in de zin van art. 6:96 lid 2 sub b BW Pro. SFB trad op als vertegenwoordiger van de sociale fondsen, maar is geen overheidsorgaan, wat echter niet doorslaggevend is voor de toewijsbaarheid van kosten.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en overweegt dat de opsporingskosten voortvloeien uit een publiekrechtelijke bevoegdheid en primair het algemeen belang dienen. Een privaatrechtelijke kostenverhaal zou de publiekrechtelijke regeling doorkruisen. Het cassatieberoep wordt verworpen en SFB wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat opsporingskosten niet als privaatrechtelijke schadevergoeding kunnen worden gevorderd.