Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
2.Omzet
3.Winst uit onderneming
4.Omzetbelasting
5.Vaststelling verzamelinkomens 2001, 2002 en 2003
3.Geschil in hoger beroep
- de beroepen, geregistreerd onder zaaknummers 13/2914 en 13/2916 tot en met 13/2919, terecht ongegrond heeft verklaard; en
- het beroep, geregistreerd onder zaaknummer 13/2920, terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
4.Beoordeling van het geschil
Hof: bedoeld wordt zaaknummer AWB 13/2920] niet-ontvankelijk verklaren.”
5.Kosten
6.Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover het de definitieve aanslag IB/PVV 2002 betreft (rechtbank nr. 13/2918), bevestigt de uitspraak van de rechtbank voor het overige;
- verklaart het beroep gegrond voor zover het de definitieve aanslag IB/PVV 2002 betreft;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar van 30 juli 2013 voor zover het de definitieve aanslag IB/PVV 2002 betreft, behoudens het oordeel omtrent de verzuimboete;
- vermindert de definitieve aanslag IB/PVV 2002 tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 120.905; en
- gelast de inspecteur aan belanghebbende het betaalde griffierecht ad € 160 (beroep bij de rechtbank) en € 248 (hoger beroep bij het Hof), in totaal € 408 te vergoeden.