ECLI:NL:GHAMS:2007:BC1487
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.M. Vrouwenvelder
- D.B. Bijl
- J.Th. Sanders
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen BPM-heffing bij registratie personenauto en toetsing aan EG-verdrag
Belanghebbende deed op 7 december 2004 aangifte BPM voor een personenauto en betaalde €6.150. Hij maakte bezwaar tegen de hoogte van de BPM-heffing. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat de waarde van de auto met €3.657,97 moest worden verminderd, wat leidde tot een lagere BPM.
Zowel belanghebbende als de inspecteur gingen in hoger beroep. Het geschil betrof de vraag of de BPM-heffing in strijd was met artikel 25 of Pro artikel 90 van Pro het EG-verdrag. Het hof stelde vast dat toetsing aan artikel 90 EG Pro van toepassing is en niet aan artikel 25 EG Pro.
Het hof bevestigde dat de BPM-heffing, inclusief accessoires, niet strijdig is met artikel 90 EG Pro. Wel werd erkend dat de afschrijvingstabel van artikel 10 Wet Pro BPM strijdig is, maar dat dit niet betekent dat geen BPM geheven kan worden. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond, en kende een teruggaaf van €1.350,22 toe. Tevens werden proceskosten en griffierecht toegewezen aan belanghebbende.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard en een teruggaaf van €1.350,22 BPM wordt toegewezen.