ECLI:NL:PHR:2002:AE9241
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verrekening van overgespaarde inkomsten bij echtscheiding buiten gemeenschap van goederen
Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van gemeenschap van goederen en een nieuw Amsterdams verrekenbeding. Tijdens het huwelijk vond geen periodieke verrekening plaats van overgespaarde inkomsten. Na echtscheiding vordert de vrouw verrekening van de waardestijging van de woning, die vóór het huwelijk door de man is gekocht en gefinancierd met een hypothecaire lening.
De rechtbank wijst de vordering deels toe, het hof breidt de verrekening uit tot de gehele waardestijging minus de restschuld, en verwerpt het beroep op verjaring. De man stelt cassatie in tegen deze beslissingen.
De Hoge Raad bevestigt dat waardestijgingen van vóór het huwelijk verkregen goederen niet in de verrekening worden betrokken, ook niet als aflossingen op de lening uit overgespaarde inkomsten zijn betaald. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat de verjaringstermijn van de verrekenvordering pas begint te lopen na het einde van het huwelijk en dat het beroep op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar kan zijn. Het arrest wordt vernietigd en de zaak verwezen naar een ander hof voor verdere beoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander hof voor verdere beoordeling.