ECLI:NL:GHARN:2011:BP6469
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- M.A.J.S. de Vries Robbé-de Roy van Zuydewijn
- J.G. Luiten
- M.H.H.A. Moes
- Rechtspraak.nl
Afwikkeling huwelijkse voorwaarden met periodiek verrekenbeding na overlijden echtgenoot
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen beschikkingen van de rechtbank Zutphen over de afwikkeling van huwelijkse voorwaarden met een periodiek verrekenbeding tussen haar en haar overleden echtgenoot. De kern van het geschil betreft de omvang van het te verrekenen vermogen, de waardering van onroerende zaken en de toepassing van artikel 1:141 BW Pro.
De rechtbank had vastgesteld dat de man en vrouw tot 24 oktober 1990 waren afgerekend en dat vanaf die datum verrekening moest plaatsvinden over het saldo van overgespaarde inkomsten die in onroerende zaken waren geïnvesteerd of gebruikt voor hypotheekaflossingen. De vrouw stelde aanspraak te maken op een groter bedrag, onder meer op basis van een akte uit 1990 en de waardering van het woonhuis.
Het hof overweegt dat de erven geslaagd zijn in het tegenbewijs tegen het vermoeden dat het volledige vermogen op de peildatum uit verrekening voortkomt en dat de vrouw onvoldoende heeft gemotiveerd dat zij aanspraak heeft op meer dan de rechtbank heeft vastgesteld. Ook procesrechtelijke klachten en bezwaren tegen de gehanteerde rekenmethode worden verworpen. Het hof bekrachtigt de bestreden beschikkingen en compenseert de proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de bestreden beschikkingen en wijst het meer of anders verzochte af.