ECLI:NL:HR:2002:AD4929
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Ontslag van instantie in faillissementsprocedure wegens overname door curator
In deze zaak stond centraal de vraag of eiseres, na faillietverklaring en overname van de procedure door de curator, nog ontvankelijk was in haar cassatieberoep. Verweerster had eiseres gedagvaard wegens vermeende ondeugdelijke timmerwerkzaamheden, waarop eiseres in reconventie betaling van onbetaalde facturen vorderde. De rechtbank wees de vordering in conventie af en liet bewijs toe op de reconventionele vordering. Het hof schortte de procedure vanwege het faillissement en verleende ontslag van instantie voor de reconventionele vordering.
De curator verscheen niet bij oproeping om de procedure over te nemen, maar de Hoge Raad oordeelde dat het niet verschijnen geen beletsel vormt voor ontvankelijkheid van de curator. Hierdoor is eiseres niet langer partij en niet-ontvankelijk in cassatie. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom ontslag van instantie niet in strijd was met de goede procesorde, gezien de verwevenheid van de vorderingen.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug voor verdere behandeling. Verweerster werd veroordeeld in de kosten van het cassatieproces. Hiermee is bevestigd dat de curator bevoegd is de procedure over te nemen en dat ontslag van instantie niet lichtvaardig mag worden verleend indien vorderingen nauw verweven zijn.
Uitkomst: Eiseres is niet-ontvankelijk in cassatie omdat de curator de procedure heeft overgenomen; het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak terugverwezen.