Uitspraak
[appellante],
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak tussen voormalige vennoten van een zorgboerderij staat de financiële afwikkeling van hun vennootschap onder firma (vof) centraal. De vof werd in 2010 opgericht met een winstverdeling van 30% en 70%. Na opzegging door de appellant in 2018 werd de vof voortgezet als eenmanszaak door geïntimeerde. De procedure betreft de verdeling van activa en passiva, compensatie van overbedeling en terugbetaling van onttrekkingen.
De rechtbank had de vorderingen van geïntimeerde deels toegewezen en de tegenvorderingen van appellant afgewezen. Appellant stelde hoger beroep in. Tijdens de procedure werd appellant failliet verklaard en de curator nam de procedure niet over. Geïntimeerde verzocht daarop ontslag van instantie, maar het hof oordeelde dat de vorderingen in conventie en reconventie nauw verweven zijn en dat ontslag van instantie de procedure zou verstoren en tot tegenstrijdige uitspraken zou kunnen leiden.
Het hof wees daarom het verzoek tot ontslag van instantie af en besloot de procedure ambtshalve door te halen. De procedure kan worden voortgezet als de faillissementsafwikkeling daartoe aanleiding geeft. Dit arrest onderstreept het belang van een goede procesorde bij verweven vorderingen en de gevolgen van faillissement voor lopende procedures.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot ontslag van instantie af en haalt de procedure ambtshalve door.