ECLI:NL:PHR:2005:AS8830
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van beklag tegen conservatoir derdenbeslag in strafrechtelijke ontnemingsprocedure
In deze zaak betreft het beklag van een derde tegen een conservatoir derdenbeslag gelegd op haar vorderingen en goederen, in het kader van een strafrechtelijke ontnemingsmaatregel tegen een verdachte. De rechtbank had het beklag ongegrond verklaard, waarbij werd overwogen dat het beslag rechtmatig was gelegd en dat het beslag de derde niet onevenredig benadeelde.
De Hoge Raad bevestigt dat op een conservatoir beslag ex art. 94a Sv de civielrechtelijke regels van derdenbeslag van toepassing zijn, waaronder de verklaringsplicht van de derde en de verklaringsprocedure bij geschil over de vordering. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de derde geen belanghebbende is ex art. 552a Sv en dat het beslag niet onrechtmatig is, ook niet in het licht van het recht op eigendom en artikel 8 EVRM Pro.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank de juiste maatstaf heeft toegepast en dat de schuldbekentenis tussen de beslaglegger en de vermeende schuldenaar onvoldoende bewijs levert om het beslag op te heffen. Ook het verzuim om de beslaglegger als belanghebbende te horen leidt niet tot nietigheid, omdat deze op de hoogte was en het standpunt van de derde volgde. Het beroep wordt verworpen en het beslag blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het conservatoir derdenbeslag blijft gehandhaafd.