ECLI:NL:PHR:2001:AD4585

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
20 november 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03625/00 B
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 94a SvArt. 552a SvArt. 101a RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie tegen inbeslagname van geldbedrag wegens mogelijke verbeurdverklaring

Op 13 juni 2000 heeft de rechter-commissaris de woning van verzoeker doorzocht en een bedrag van 1.660.000 Belgische frank conservatoir inbeslaggenomen. Verzoeker klaagde tegen deze inbeslagneming en stelde dat het geld toebehoorde aan een derde partij, Safio BVBA te Antwerpen.

De rechtbank te Middelburg verklaarde het klaagschrift op 19 september 2000 ongegrond en motiveerde dat het beslag moest voortduren vanwege een mogelijke latere verbeurdverklaring. Verzoeker stelde cassatie in tegen deze beslissing, stellende dat de rechtbank ten onrechte niet op het eigendomsverweer was ingegaan.

De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank het juiste criterium toepaste en dat de beslissing niet onbegrijpelijk was. De motivering was voldoende gezien het summiere karakter van het onderzoek in beschikkingszaken. Het cassatiemiddel faalde en werd verworpen. Ambtshalve vond de Hoge Raad geen reden tot vernietiging.

Het belang van de strafvordering weegt zwaarder dan het eigendomsverweer, omdat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter het geld later niet zal verbeurdverklaren. Daarom blijft het beslag gehandhaafd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beslag op het geldbedrag blijft gehandhaafd.

Conclusie

Nr. 03625/00/B
Mr Machielse
Parket, 25 september 2001
Conclusie inzake:
[verzoeker = klager]
Op 13 juni 2000 heeft de RC de woning van verzoeker doorzocht en voorwerpen inbeslaggenomen. De RC heeft daarbij een bedrag van BF 1.660.000,- conservatoir inbeslaggenomen.(1)
Verzoeker heeft een klaagschrift ingediend tegen de inbeslagneming van het geld en aangevoerd dat het geld niet aan hem, maar aan Safio BVBA te Antwerpen toebehoorde.(2)
De Rechtbank te Middelburg heeft op 19 september 2000 het beklag ongegrond verklaard.
Mr H.M. Dunsbergen, advocaat te Middelburg, heeft cassatie ingesteld. Mr J. Wouters, eveneens advocaat te Middelburg, heeft een schriftuur ingezonden, houdende één middel van cassatie.
Het middel klaagt dat de Rechtbank ten onrechte niet is ingegaan op het verweer dat het geld niet aan verzoeker maar aan een ander zou toebehoren. Het middel beperkt zich overigens tot een herhaling van in feitelijke aanleg betrokken stellingen.
De Rechtbank heeft haar beschikking als volgt gemotiveerd:
Uit het onderzoek in raadkamer is voorts aannemelijk geworden dat tijdens de huiszoeking op 13 juni 2000 onder [klager] voornoemd een bedrag van Bfr. 1.660.000,00 in beslag is genomen. Het lid van de enkelvoudige kamer is met de officier van justitie van oordeel dat het belang van de strafvordering zich verzet tegen teruggave van voornoemd bedrag aan klager, aangezien het in dit geval niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de inbeslaggenomen gelden verbeurd zal verklaren.
In deze overwegingen ligt het antwoord op het verweer besloten. De Rechtbank is immers van oordeel dat het beslag nog moet vortduren met het oog op een eventuele latere verbeurdverklaring. Aldus heeft de Rechtbank het juiste criterium toegepast.(3) De beslissing is evenmin onbegrijpelijk en kan in cassatie gelet op de verwevenheid met waarderingen van feitelijke aard niet verder worden getoetst. Het onderzoek in beschikkingszaken als de onderhavige draagt een summier karakter en de Rechtbank was niet tot een uitvoeriger motivering gehouden.(4)
Het middel faalt en kan op de voet van art. 101a RO worden verworpen.
Ambtshalve heb ik geen grond gevonden die tot vernietiging aanleiding behoort te geven.
Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 HR NJ 1997, 386.
2 Ook Safio BVBA heeft cassatie ingesteld. Het nummer van die zaak is 00871/01/B.
3 Bijv. HR NJ 1988, 285.
4 HR 21 september 1999, nr. 3992 Be