ECLI:NL:PHR:2007:AZ6174
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking inzake conservatoir beslag en terugwijzing voor nadere beoordeling ontnemingsvordering
Deze zaak betreft een beklag ex art. 552a Sv tegen het conservatoir beslag op onder meer een personenauto en contant geld. De rechtbank had het beklag ongegrond verklaard, stellende dat het belang van de strafvordering zich tegen teruggave verzet omdat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter later de zaken zal verbeurd verklaren.
De Hoge Raad constateert dat de rechtbank niet heeft onderzocht op welke wettelijke grondslag het beslag is gelegd, met name of het beslag mede berust op art. 94a Sv. Bij conservatoir beslag op grond van art. 94a Sv moet worden getoetst of het hoogst onwaarschijnlijk is dat een ontnemingsvordering tot ten minste de waarde van de inbeslaggenomen goederen zal leiden.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank een onjuiste maatstaf heeft aangelegd en dat het beklag daarom niet in stand kan blijven. De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor een nieuwe beslissing, waarbij rekening moet worden gehouden met de waarde van de goederen en de mogelijke ontnemingsvordering. Tevens wordt opgemerkt dat er nog geen ontnemingsvordering is ingesteld, maar dat de officier van justitie daarvoor nog tijd heeft.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug voor nadere beoordeling van het conservatoir beslag in relatie tot een mogelijke ontnemingsvordering.