ECLI:NL:PHR:2001:AB2019
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over ontbinding en schadevergoeding bij ondeugdelijke levering melkpoeder
In deze zaak draait het om de verkoop en levering van 30.000 kilogram melkpoeder door [verweerder] aan Interfood. Na goedkeuring van een zichtmonster keurde Interfood de partij af en leverde [verweerder] slechts 18.520 kilogram. Er ontstond een langdurige procedure over de vraag of de partij aan de overeenkomst voldeed en welke rechtsgevolgen daaraan verbonden waren.
De rechtbank ontbond de koopovereenkomst en veroordeelde [verweerder] tot schadevergoeding aan Interfood. In hoger beroep werd geoordeeld dat Interfood verplicht was de ondeugdelijke poeder terug te leveren, maar dat zij een opschortingsrecht had wegens haar eigen schadevordering. Dit leidde tot discussie over de bewijspositie van beide partijen en de omvang van de schade.
De Hoge Raad oordeelde dat Interfood niet-ontvankelijk was in haar cassatieberoep tegen het tussenvonnis van 22 september 1995 en vernietigde het arrest van 13 april 1999 voor zover het de hoogte van de schadevergoeding betrof. De schadevergoeding werd gecorrigeerd naar f 44.448,--, gebaseerd op 18.520 kilogram maal f 2,40 per kilogram. De Hoge Raad bevestigde de terugleveringsverplichting van Interfood en het opschortingsrecht in samenhang met de schadevergoeding.
De procedure illustreert het belang van een goede procesorde, bewijslevering en de samenhang tussen leverings- en betalingsverplichtingen bij koopovereenkomsten. De Hoge Raad benadrukte dat tussentijds appel de continuïteit van het procesdebat kan schaden en dat partijen al hun bezwaren tijdig moeten aanvoeren.
Uitkomst: Interfood is veroordeeld tot betaling van f 44.448,-- aan [verweerder] wegens schadevergoeding na ontbinding van de koopovereenkomst.