ECLI:NL:HR:2000:AA6209
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over aanslag en verhoging inkomstenbelasting 1995
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1995 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd met een verhoging wegens niet tijdige aangifte. Na bezwaar werd de verhoging door de Inspecteur verminderd, maar het hof vernietigde deze uitspraak en liet de verhoging vervallen.
De Staatssecretaris stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad beoordeelde of de Inspecteur bij het bepalen van de verhoging rekening had moeten houden met de voorlopige aanslagen die aan belanghebbende waren opgelegd en betaald.
De Hoge Raad oordeelde dat voorlopige aanslagen die na de uiterste aangiftedatum zijn vastgesteld, niet in mindering kunnen worden gebracht op de verhoging wegens te late aangifte. Het hof had ten onrechte de verhoging laten vervallen. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en de uitspraak van de Inspecteur en stelde de aanslag vast met een vermindering van de verhoging tot f 180,--.
De Hoge Raad achtte geen grond aanwezig voor veroordeling in proceskosten en sprak het arrest uit op 14 juni 2000.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en vermindert de aanslag tot een verhoging van f 180,-- wegens niet tijdige aangifte.