ECLI:NL:PHR:2009:BI0465
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing artikel 13b Wet Vpb op omzetting afgewaardeerde regresvordering in informeel kapitaal
De zaak betreft de vraag of artikel 13b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) van toepassing is op de omzetting van een afgewaardeerde regresvordering uit hoofde van borgstelling in informeel kapitaal. De belanghebbende had zich borg gesteld voor haar deelneming A BV en had regresvorderingen op A verkregen die zij op de waarde in het economische verkeer had gewaardeerd, aanzienlijk lager dan de nominale waarde. Op 31 december 1995 bracht zij deze vorderingen informeel in als kapitaal in A.
De Rechtbank stelde de belanghebbende in het gelijk en oordeelde dat geen sprake was van een afwaardering ten laste van de in Nederland belastbare winst, zodat artikel 13b Wet Vpb niet van toepassing was. Het Hof vernietigde dit oordeel en oordeelde dat de regresvorderingen wel degelijk waren afgewaardeerd ten laste van de winst, waarmee artikel 13b Wet Vpb toepassing vond.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid het civielrechtelijke en fiscaalrechtelijke karakter van de regresvordering, het moment van ontstaan en de waardering ervan. Hoewel de civielrechtelijke jurisprudentie leert dat de regresvordering onder opschortende voorwaarde reeds bij het aangaan van de borgtocht ontstaat, is er discussie over de fiscale waardering. De conclusie is dat het verlies uit borgstelling geen afwaarderingsverlies op een vordering is, omdat de regresvordering nooit op nominale waarde heeft gestaan.
Desondanks acht de Hoge Raad artikel 13b Wet Vpb van toepassing op de omzetting in informeel kapitaal, mede gelet op de wetsgeschiedenis en het doel van de bepaling om ontgaan van belastingheffing te voorkomen. De wetgever was zich niet bewust van de discrepantie tussen tekst en strekking, maar wilde dergelijke gevallen onder de regeling brengen. De Hoge Raad adviseert het beroep in cassatie ongegrond te verklaren.
Uitkomst: Artikel 13b Wet Vpb is van toepassing op de omzetting van een afgewaardeerde regresvordering uit borgstelling in informeel kapitaal.