ECLI:NL:HR:2000:AA4735
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Hammerstein
- Van Amersfoort
- Lourens
- Korthals Altes
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt beperking adviesrecht ondernemingsraad bij gemeentelijke herindeling onder politiek primaat
Deze zaak betreft een geschil tussen de Provincie Zuid-Holland en de ondernemingsraden van de gemeenten Rijswijk, Leidschendam en Nootdorp over het adviesrecht van de ondernemingsraad bij een herindelingsplan. De Ondernemingskamer had geoordeeld dat de provincie als mede-ondernemer moest worden beschouwd en dat het herindelingsplan onder het adviesrecht van de ondernemingsraden viel. De provincie stelde cassatieberoep in tegen deze beschikking.
De Hoge Raad oordeelt dat de provincie niet als mede-ondernemer kan worden aangemerkt omdat zij geen stelselmatige invloed heeft op de ondernemingen van de gemeenten. Tevens bevestigt de Hoge Raad het principe dat het adviesrecht van de ondernemingsraad beperkt is bij besluiten die onder het politieke primaat vallen, zoals publiekrechtelijke vaststelling van taken en beleid, tenzij het besluit personele gevolgen heeft die als onderdeel van het besluit zelf aan de orde zijn.
De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de Ondernemingskamer en wijst de verzoeken van de ondernemingsraden af. Hiermee wordt bevestigd dat het adviesrecht van de ondernemingsraad niet geldt voor politieke besluiten zelf, maar wel voor de personele gevolgen daarvan, waarbij het politieke primaat gerespecteerd blijft. De uitspraak benadrukt de scheiding tussen politieke besluitvorming en medezeggenschap van personeel binnen de kaders van de Wet op de ondernemingsraden en de Wet algemene regels herindeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de Ondernemingskamer en wijst de verzoeken van de ondernemingsraden af vanwege het politieke primaat en het beperkte adviesrecht.