ECLI:NL:HR:2000:AA4527
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van Vliet
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt beperkte ondernemerschap bij teruggaaf omzetbelasting watersportorganisatie
Belanghebbende, een landelijke overkoepelende sportorganisatie met 374 verenigingen als leden, verzocht om teruggaaf van omzetbelasting over november 1994. De Inspecteur verleende aanvankelijk een teruggaaf, maar handhaafde na bezwaar de beschikking zonder aanvullende teruggaaf. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de algemene activiteiten van belanghebbende, gefinancierd uit contributies en subsidies, niet met economisch belang worden verricht en daarom niet tot ondernemerschap leiden.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende wel ondernemer is voor haar specifieke, tegen vergoeding verrichte diensten zoals opleiding, training, keuringen en metingen, maar dat deze activiteiten slechts zijdelings verband houden met de algemene belangenbehartiging. Het cassatiemiddel betoogde dat de economische activiteiten direct voortvloeien uit de belangenbehartiging, maar de Hoge Raad verwierp dit en bevestigde het oordeel van het Hof dat de activiteiten niet als één geheel kunnen worden beschouwd.
De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het Hof geen onjuiste rechtsopvatting bevat en dat de waardering van feitelijke aard in cassatie niet kan worden getoetst. Er werden geen proceskosten toegewezen. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het oordeel van het Hof definitief bleef staan.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat belanghebbende slechts voor specifieke prestaties ondernemer is, waardoor aanvullende teruggaaf omzetbelasting wordt geweigerd.