ECLI:NL:HR:1997:ZC2243
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Roelvink
- raadsheer Mijnssen
- raadsheer Korthals Altes
- raadsheer Heemskerk
- raadsheer Herrmann
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid directeuren wegens onbehoorlijk bestuur bij leaseactiviteiten
De zaak betreft een geschil tussen vennootschappen en hun directeuren over aansprakelijkheid voor schade door onbehoorlijk bestuur in leaseactiviteiten. De directeuren, tevens statutaire bestuurders, werden aansprakelijk gesteld wegens het nemen van onzorgvuldige beslissingen en het aangaan van risicovolle relaties, met name met Easy Rent.
De rechtbank wees de vordering af op grond van verleende décharge over 1987, maar het hof oordeelde dat deze décharge niet strekte tot het wanbeleid in 1987 en zeker niet tot het beleid in 1988. Het hof stelde vast dat de directeuren ernstig verwijtbaar hebben gehandeld door onvoldoende waarborgen te creëren en onnodige risico's te nemen, onder meer door het aantrekken van auto's van derden en het risicovol financieren via Easy Rent.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat de directeuren aansprakelijk zijn op grond van artikel 2:9 BW Pro, omdat zij ernstig verwijtbaar tekortgeschoten zijn in hun taakvervulling. De werking van de verleende décharge werd beperkt geacht tot hetgeen redelijkerwijs bekend was bij de aandeelhouders. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde de directeuren in de kosten van het geding.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de aansprakelijkheid van de directeuren wegens onbehoorlijk bestuur.