ECLI:NL:HR:1997:AA2218
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Pos
- raadsheer Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Bestuursaansprakelijkheid bestuurder voor naheffingsaanslag en boete premies volksverzekeringen
De Inspecteur stelde belanghebbende, bestuurder van een besloten vennootschap, aansprakelijk voor niet-betaalde premies volksverzekeringen en een verhoging (boete) over het eerste drie kwartalen van 1987. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de beschikking, maar het Hof 's-Gravenhage beperkte de aansprakelijkheid tot de premies zonder de verhoging. Zowel belanghebbende als de Staatssecretaris gingen in cassatie.
De Hoge Raad oordeelt dat de aansprakelijkheid van bestuurders op grond van de Wet op de loonbelasting 1964 mede de verhoging (boete) kan omvatten, omdat deze boete als onderdeel van de belasting wordt beschouwd. Wel moet de Inspecteur bewijzen dat de verhoging het gevolg is van opzet of grove schuld van het bestuur. Dit betekent dat het vermoeden van schuld uit artikel 32a lid 3 niet geldt voor de boeteverhoging.
Daarnaast bevestigt de Hoge Raad dat de bestuurder het recht heeft om bewijs van de Inspecteur te weerleggen en omstandigheden aan te voeren die tot vermindering van de boete kunnen leiden. De uitspraak van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling in overeenstemming met dit arrest.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling naar het Gerechtshof Amsterdam, waarbij wordt vastgesteld dat de bestuurder aansprakelijk kan zijn voor de boete bij naheffingsaanslag mits opzet of grove schuld wordt bewezen.