ECLI:NL:CRVB:2002:AF2963
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Hoorrecht bij hoofdelijk aansprakelijkheid voor sociale verzekeringspremies volgens Coördinatiewet Sociale Verzekering
De zaak betreft een geschil over de vraag of gedaagde, hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor onbetaalde sociale verzekeringspremies en een boete, ingevolge artikel 7:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) recht heeft op een hoorzitting tijdens de bezwaarprocedure zonder dat hij hier expliciet om heeft verzocht.
Appellant (UWV) stelde dat op grond van artikel 18a van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) de belanghebbende alleen op verzoek gehoord hoeft te worden in bezwaarprocedures tegen besluiten op grond van artikel 12, tweede en derde lid CSV. Gedaagde was echter niet in de gelegenheid gesteld te worden gehoord, wat volgens de rechtbank en de Raad in strijd is met artikel 7:2 Awb Pro.
De Raad oordeelt dat gedaagde, hoewel een derde, mede als werkgever moet worden beschouwd voor de toepassing van artikel 18a CSV, omdat de aansprakelijkstelling op grond van artikel 16d CSV niet het karakter van het besluit verandert. Hierdoor heeft gedaagde recht op een hoorzitting, ook zonder expliciet verzoek. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het griffierecht wordt opgelegd aan het UWV.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.