ECLI:NL:HR:1996:AA1843
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Vermindering uitnodiging tot betaling omzetbelasting wegens onjuiste aangifte en tenaamstelling
Belanghebbende en zijn compagnon kochten in Duitsland gebruikte postzegels en brachten deze naar Nederland, waar zij aangifte wilden doen bij de douane. De aangifte werd geweigerd vanwege onvolledigheid, waarna zij zonder geldige aangifte de goederen meenamen. De Inspecteur stuurde een uitnodiging tot betaling van omzetbelasting gebaseerd op onregelmatige invoer.
Het hof vernietigde de uitnodiging en de uitspraak van de Inspecteur, omdat de aangifte volgens het hof was gedaan en de Inspecteur niet aannemelijk had gemaakt dat belanghebbende de goederen had binnengebracht. De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangifte niet rechtsgeldig was gedaan omdat de weigering niet bij beschikking was voorgelegd en de aangifte niet was aangevuld. Hierdoor was artikel 119 AWDA Pro van toepassing en was de uitnodiging terecht. De tenaamstelling op naam van belanghebbende was juist omdat hij samen met zijn compagnon de goederen binnenbracht. De Hoge Raad vernietigde het hofarrest en de Inspecteursuitspraak, en verminderde de uitnodiging tot betaling tot ƒ 472,50, het lage tarief voor gebruikte postzegels.
De Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende. De zaak verduidelijkt de toepassing van douanewetgeving, de vereisten voor aangifte en de aansprakelijkheid bij onregelmatige invoer van goederen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en vermindert de uitnodiging tot betaling omzetbelasting tot ƒ 472,50.