ECLI:NL:PHR:2002:AE1397
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over accijnsheffing bij vervaardiging en voorhanden hebben van jenever zonder vergunning
In deze zaak gaat het om een cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het gerechtshof te 's-Gravenhage. De belanghebbende werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag accijns wegens het illegaal vervaardigen en voorhanden hebben van accijnsgoederen, namelijk jenever, in een loods zonder vergunning. Het hof vernietigde de aanslag omdat de accijns reeds bij een ander was nageheven en oordeelde dat de belanghebbende slechts had geholpen bij het bottelen en etiketteren, maar niet als vervaardiger kon worden aangemerkt.
De Hoge Raad bevestigt dat het begrip 'vervaardigen' in de Wet op de accijns betrekking heeft op het gehele productieproces en dat hulp bij het vullen en etiketteren niet gelijkstaat aan vervaardigen. Ook het begrip 'voorhanden hebben' vereist feitelijke beschikkingsmacht over de accijnsgoederen, welke bij de belanghebbende ontbrak. De naheffingsaanslag had betrekking op hoeveelheden jenever en alcohol in tanks, waarover geen aanwijzingen waren dat de belanghebbende beschikking had.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de belanghebbende terecht niet als vervaardiger of houder van de accijnsgoederen heeft aangemerkt. De vernietiging van de aanslag en uitspraak van de inspecteur is daarmee juist. De Staatssecretaris wordt in cassatie niet gevolgd en het beroep wordt verworpen. De zaak bevat tevens een uitgebreide beschouwing over de accijnsheffing, de definitie van vervaardigen en voorhanden hebben, en de hoofdelijkheid van belastingplichtigen bij accijns.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen en de naheffingsaanslag tegen de belanghebbende vernietigd.