ECLI:NL:PHR:2002:AE1419
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling accijnsnaheffingsaanslag bij onbevoegd vervaardigen en voorhanden hebben van accijnsgoederen
In deze zaak staat centraal de vraag wie aansprakelijk is voor de accijns bij het onbevoegd vervaardigen en voorhanden hebben van accijnsgoederen, in casu jenever en alcohol in een loods zonder vergunning. De Inspecteur legde naheffingsaanslagen op aan meerdere personen, waaronder de belanghebbende en X3, die gezamenlijk betrokken waren bij de vervaardiging en het voorhanden hebben van de accijnsgoederen.
Het Hof vernietigde de aanslag tegen de belanghebbende omdat de Inspecteur slechts één belastingplichtige kan aanwijzen voor één accijnsschuld, en hij kennelijk had gekozen voor X3. De Staatssecretaris stelde dat het Hof onjuist had geoordeeld over de uitleg van de relevante wetsartikelen, maar de Hoge Raad verwierp dit middel. De Hoge Raad bevestigt dat de accijnsheffing een eenmalige heffing is en dat bij meerdere belastingplichtigen slechts één aanslag kan worden opgelegd, waarbij de Inspecteur een keuze moet maken.
De conclusie gaat uitgebreid in op de wettelijke bepalingen omtrent accijns, waaronder de Wet op de accijns en de Algemene wet inzake douane en accijnzen, en op jurisprudentie over hoofdelijke aansprakelijkheid en de wijze van heffing. Het arrest verduidelijkt dat de vervaardiger primair als schuldenaar wordt gezien, maar dat ook anderen hoofdelijk aansprakelijk kunnen zijn. De keuze van de Inspecteur aan wie de aanslag wordt opgelegd moet voldoen aan de beginselen van behoorlijk bestuur. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee het oordeel van het Hof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen en het oordeel van het Hof bevestigd dat slechts één belastingplichtige kan worden aangeslagen voor dezelfde accijnsschuld.