ECLI:NL:HR:1995:AA1645
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Wildeboer
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt loonbelastingheffing over voordeel verkoop consumpties door chauffeurs
Belanghebbende exploiteert een touringcarbedrijf waarbij chauffeurs consumpties verkopen aan passagiers tegen een door hen zelf bepaalde verkoopprijs, waarbij zij het verschil tussen inkoopprijs en verkoopprijs als voordeel behouden. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag loonbelasting op die door het Gerechtshof deels werd verminderd.
De Hoge Raad bevestigt dat de bedragen die chauffeurs aan passagiers in rekening brengen niet als fooien of prestaties van derden kunnen worden beschouwd, ook niet het voordelige verschil tussen inkoop en verkoop. Dit voordeel kan alleen tot het loon behoren indien het door de werkgever als beloning wordt verstrekt voor werkzaamheden.
De Hoge Raad stelt vast dat de verkoop van consumpties binnen de door de werkgever geëxploiteerde bussen plaatsvindt met door de werkgever ter beschikking gestelde faciliteiten en in het belang van de werkgever. Werknemers konden zich niet onttrekken aan deze verkoop vanwege de verwachtingen die de werkgever tegenover passagiers wekte.
Daarom moet het voordeel uit de verkoop als loon uit dienstbetrekking worden aangemerkt en is de werkgever inhoudingsplichtig, ook al verricht deze geen directe betalingen aan de werknemers. Het beroep in cassatie wordt verworpen en de uitspraak van het Hof bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat het voordeel uit verkoop consumpties loon uit dienstbetrekking is.