ECLI:NL:HR:1987:AC2266
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over aansprakelijkheid bij val aan bushalte door achteruit stappen
Op 24 mei 1979 stonden betrokkene 1, 73 jaar oud, haar broer, verweerster en haar dochter bij een bushalte te wachten. Toen de bus stopte, versperde verweerster kort de toegang tot de bus voor betrokkene 1 en haar broer. Verweerster zei pardon en stapte zonder om te kijken achteruit, waarbij zij betrokkene 1 raakte, die daardoor viel en haar heup brak.
Het Ziekenfonds vorderde van verweerster een bedrag wegens deze val. De rechtbank wees de vordering toe, maar het hof vernietigde dit vonnis en wees de vordering af. Het hof oordeelde dat verweerster alleen aansprakelijk zou zijn indien zij door haar handelen meer risico nam dan redelijk was, wat niet was gebleken.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat geen onrechtmatige daad was gepleegd. De val was een ongelukkige samenloop van omstandigheden, omdat verweerster niet hoefde te verwachten dat betrokkene 1 onvast ter been was. Het beroep van het Ziekenfonds werd verworpen en het Ziekenfonds werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat geen onrechtmatige daad was gepleegd.