ECLI:NL:PHR:2000:AA5784
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en eigen schuld bij letsel door linnenkast tijdens verhuizing tussen zusters
In deze civiele zaak stonden twee zusters centraal die gezamenlijk een linnenkast verhuisden binnen een flatgebouw. Tijdens het transport van de kast raakte de rechterpols van de voorop lopende zuster bekneld, wat leidde tot ernstig letsel en uiteindelijk amputatie van haar onderarm.
Het hof oordeelde dat de zuster die de kast droeg het reële gevaar had veroorzaakt dat de kast zou ontglippen, en dat zij zich onzorgvuldig had gedragen. Tegelijkertijd werd de schadevergoedingsplicht van deze zuster verminderd vanwege de eigen schuld van de andere zuster, die instemde met de wijze van transport en daarmee mede het gevaar in het leven had geroepen.
Beide partijen stelden cassatieberoep in tegen verschillende aspecten van het arrest, waarbij het principale beroep gericht was op de beslissing omtrent eigen schuld en het incidentele beroep op onrechtmatigheid en aansprakelijkheid. De Hoge Raad verwierp beide beroepen en bevestigde dat het hof de juiste rechtsopvattingen had toegepast en de feiten zorgvuldig had gewogen.
De Hoge Raad benadrukte dat de wanhopige reactie van de zuster die de kast duwde, moest worden gezien als een gevolg van de gevaarlijke situatie die door beide partijen was veroorzaakt. Tevens wees de Hoge Raad het beroep op onvoorzienbaarheid van de schade af, aangezien de schending van de veiligheidsnorm evident was.
Deze uitspraak bevestigt de toepassing van de regels omtrent eigen schuld en onrechtmatigheid in situaties waarin beide partijen gezamenlijk een gevaarlijke situatie creëren die leidt tot letsel.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp de cassatieberoepen en bevestigde de aansprakelijkheid en eigen schuldverdeling tussen de zusters.