ECLI:NL:GHAMS:2005:AU6840
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.F. Goes
- B. van Schaik
- Rechtspraak.nl
Herziening eigenwoningrenteaftrek bij gemengde betaalrekening met splitsing eigen-woningschuld en niet-eigen-woningschuld
Belanghebbende had een betaalrekening met een doorlopende schuld die werd gebruikt voor zowel eigenwoningschulden als niet-eigenwoningschulden. Het geschil betrof de vraag welk deel van de debetstand op deze rekening als eigen-woningschuld kon worden aangemerkt voor de inkomstenbelastingaftrek van rente.
Het Hof stelde vast dat de betaalrekening mutaties kende die zowel verband hielden met de eigen woning als met andere uitgaven. Daarom moest de schuld worden gesplitst in een eigen-woningschuld en een niet-eigen-woningschuld. De stortingen op de rekening werden eerst toegerekend aan de niet-eigen-woningschuld, en pas daarna aan de eigen-woningschuld, conform een toezegging van de inspecteur.
Verder oordeelde het Hof dat onder bepaalde voorwaarden de eigen-woningschuld kan herleven na gedeeltelijke aflossing, met name als de uitgaven binnen zes maanden na een storting plaatsvonden. De nieuwe vaste lening werd deels als eigen-woningschuld aangemerkt, inclusief de kosten van herfinanciering.
Het Hof vernietigde de uitspraken van de inspecteur en verwees de zaak terug voor een nieuwe uitspraak op bezwaar, waarbij de inspecteur rekening moet houden met de splitsing en de herleving van de eigen-woningschuld. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten en werd het griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Het Hof vernietigde de aanslagen en verwees de zaak terug naar de inspecteur voor een nieuwe uitspraak op bezwaar met inachtneming van de splitsing van de schuld.