ECLI:NL:GHAMS:2011:BV3782
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aansprakelijkheid inlener voor onbetaalde loonbelastingschulden uitzendbureau
Belanghebbende exploiteert een glazenwassers- en schoonmaakbedrijf en heeft werknemers via uitzendbureau [A Ltd.] ingehuurd. Het uitzendbureau liet loonbelastingschulden onbetaald, waarvoor belanghebbende aansprakelijk werd gesteld op grond van artikel 34 Invorderingswet Pro 1990.
In hoger beroep betwistte belanghebbende haar status als inlener, stelde dat er sprake was van aanneming van werk, dat de belastingschuld was verjaard en dat de ontvanger beginselen van behoorlijk bestuur had geschonden. Ook voerde zij aan dat zij een correcte schaduwloonadministratie had gevoerd en dat de aansprakelijkstelling te hoog was vastgesteld.
Het hof oordeelde dat belanghebbende wel degelijk als inlener kan worden aangemerkt, dat de aansprakelijkheid terecht en tot het juiste bedrag is vastgesteld, en dat matiging niet aan de orde is vanwege het ontbreken van een volledige loonadministratie inclusief identiteitsbewijzen. De stellingen over verjaring, faillissement en onbehoorlijk bestuur werden verworpen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard; belanghebbende aansprakelijk voor €369.791 loonbelastingschulden.