Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Waar gaat deze zaak over
2.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 9207754 EL 21-18)
3.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep,
- de memorie van grieven,
- de memorie van antwoord,
- de akte uitlaten producties van de zijde van Dexia.
4.De feiten
5.De procedure bij de rechtbank
6.De vordering en het verweer in hoger beroep
7.De beoordeling in hoger beroep
“Geen tijdige vernietiging van de Overeenkomsten”en ook in randnummer 8 van haar memorie van grieven heeft Dexia opgenomen:
“Hetgeen de rechter in eerste aanleg overweegt omtrent het moment van daadwerkelijke bekendheid van [persoon A] met de Overeenkomstenis, gezien de inhoud van de schriftelijke verklaringen en het getuigenverhoor, onterecht.”, maar de inhoud van deze grief ziet op de bewijswaardering in het eindvonnis van de schriftelijke verklaringen in combinatie van de getuigenverklaringen van [geïntimeerde] en [persoon A] . Deze bewijswaardering heeft uitsluitend betrekking op Leaseovereenkomst I omdat de kantonrechter bij tussenvonnis in overweging 4.10 al heeft geoordeeld dat Leaseovereenkomst II rechtsgeldig is vernietigd, daarop ziet de bewijsopdracht niet. Nu tegen dat oordeel geen inhoudelijke grief is gericht en ook [geïntimeerde] blijkens de memorie van antwoord het hoger beroep zo heeft opgevat (en dit ook heeft mogen doen) dat dit alleen ziet op het eindvonnis ten aanzien van Leaseovereenkomst I, verstaat het hof de omvang van het hoger beroep aldus dat de beslissingen van de kantonrechter in het tussenvonnis, waaronder ten aanzien van Leaseovereenkomst II (en de bewijslastverdeling) niet worden bestreden. Voor zover het hoger beroep tevens is gericht tegen het tussenvonnis, zal Dexia in het beroep daarvan (wegens een gebrek aan grieven) niet-ontvankelijk worden verklaard.
Op welke wijze is (zijn) het (de) inde procedure betrokken effectenleasecontract(en) (hierna de contracten) tot stand gekomen? Is in verband daarmee een tussenpersoon thuis op bezoek gekomen? Zo ja, wie waren daarbij aanwezig?
- op welke na(a)m(en) was deze gesteld,
- (…)”
- op welke na(a)m(en) was deze gesteld,
- (…)”
Wij hadden maar één rekening dus daar kwam ons salaris ook op binnen.”
€ 5.657,52+
€ 1.421,73-
van hetgeen aan Dexia is betaald minus hetgeen van Dexia is ontvangen.