“Andere natuurlijke personen - niet zijnde starters - die een woning verkrijgen, hebben recht op de toepassing van het verlaagde tarief van 2%, mits zij de woning verkrijgen om deze anders dan tijdelijk als hoofdverblijf te gaan gebruiken. Alle overige verkrijgingen worden vanaf 1 januari 2021 belast tegen het hogere algemene tarief. (…). Dit betekent dat – naast de verkrijging van niet-woningen, zoals bedrijfspanden – ook verkrijgingen van woningen die niet, of slechts tijdelijk, als hoofdverblijf gaan worden gebruikt, worden belast tegen 8%.
Bij natuurlijke personen die na de overdracht de woning minimaal een half jaar daadwerkelijk als hoofdverblijf hebben gebruikt, zal het verlaagde tarief of de startersvrijstelling in beginsel van toepassing zijn. Dit neemt niet weg dat in bepaalde evidente misbruiksituaties de inspecteur de mogelijkheid moet hebben om na te heffen.
Als uit de objectieve gegevens niet blijkt dat de verkrijger de woning
daadwerkelijk anders dan tijdelijk als hoofdverblijf is gaan gebruiken, geeft de
inspecteur de verkrijger de gelegenheid aannemelijk te maken dat de woning toch
is gekocht om anders dan tijdelijk te gaan gebruiken als hoofdverblijf. Met
onvoorziene omstandigheden na de overdracht van de woning zal door de
inspecteur rekening worden gehouden. Dit betekent dat onvoorziene
gebeurtenissen na de verkrijging, zoals het duurzaam verloren gaan van de
woning, het overlijden van een verkrijger, echtscheiding van de verkrijgers, het
aanvaarden van of het verlies van een baan of emigratie, omstandigheden zijn die
redelijkerwijs kunnen rechtvaardigen dat de verkrijger ondanks de afgelegde
verklaring uiteindelijk toch niet in de woning is gaan wonen. Ingeval onvoorziene
gebeurtenissen redelijkerwijs ertoe leidden dat een verkrijger niet de woning
anders dan tijdelijk als hoofdverblijf kon gaan gebruiken, wordt de
startersvrijstelling en het verlaagde tarief niet teruggenomen.”