Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
[adres] [vestigingsplaats]’, in de periode 1 januari 2018 tot 1 januari 2019, naar een bedrag van € 18.443,70 (16.767 overnachtingen gebaseerd op een tarief van € 1,10 per overnachting). Deze aanslag is niet in geschil (aanslagbiljetnummer [nummer 1] ).
Chalets [adres] [vestigingsplaats]’, in de periode 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018, naar een bedrag van € 81.669,50 (74.245 overnachtingen, gebaseerd op een tarief van € 1,10 per overnachting). Het bezwaar van belanghebbende hiertegen is ongegrond verklaard en zij heeft beroep ingesteld (aanslagbiljetnummer [nummer 2] ).
3.Geschil en conclusies van partijen
4.Gronden
Artikel 1
een vaststellingsovereenkomst aangaan voor 2018 en verder waarbij [belanghebbende] wordt aangemerkt als belastingplichtige’ en een voorstel van de heffingsambtenaar bespreken met de huurders (uitzendbureaus). De heffingsambtenaar heeft in die e-mail om huurovereenkomsten met de uitzendbureaus verzocht om de belastingplicht te kunnen bepalen en zou na bestudering daarvan een standpunt innemen over de belastingplicht, waarbij hij ervan uitging dat dit nog voor 31 december 2017 zou gebeuren. Anders dan de heffingsambtenaar betoogt, volgt uit deze e-mail dat hij al voorafgaand aan de aangifte voor het belastingjaar 2018 ermee bekend was dat belanghebbende belastingplichtig zou (kunnen) zijn voor het bieden van gelegenheid tot het verblijf in de chalets. De heffingsambtenaar had de aanslag met dagtekening 25 mei 2019 voorlopig met betrekking tot de overnachtingen in zowel het hotel als de chalets aan belanghebbende kunnen opleggen, maar dat is niet gebeurd. Die aanslag ziet alleen op de hotelovernachtingen. De onderhavige aanslag ziet op de chalets.
Het hof stelt deze tegemoetkoming voor de procedure bij het hof op 2 (punten) [8] x € 934 (waarde per punt) x 1 (factor gewicht van de zaak) is € 1.868.
Dit is in totaal € 2.802.
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank, maar alleen voor de beslissing in de zaak met zaaknummer 21/1702 over de aanslag toeristenbelasting 2018 (aanslagbiljetnummer [nummer 2] );
- verklaart het tegen de uitspraak op bezwaar bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vernietigt de aanslag toeristenbelasting 2018 (aanslagbiljetnummer [nummer 2] );
- veroordeelt de minister tot vergoeding van de schade die belanghebbende heeft geleden tot een bedrag van € 1.411;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van de schade die belanghebbende heeft geleden tot een bedrag van € 89;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar aan belanghebbende het betaalde griffierecht voor de behandeling van het beroep bij de rechtbank en het hoger beroep bij het hof van in totaal € 919 vergoedt;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de kosten van het bezwaar van € 1.332;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de kosten van het geding bij de rechtbank en het hof van in totaal € 2.802.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie
www.hogeraad.nl).