Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 13 juli 2021;
- de mondelinge behandeling van 19 april 2023, waarbij partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd.
6.De verdere beoordeling
exclusiefbevoegd in procedures waarbij vorderingen aan de orde zijn die rechtstreeks voortvloeien uit de insolventieprocedure en daarmee nauw samenhangen (zie bijvoorbeeld HvJ 14 november 2018, ECLI:EU:C:2018:902, rov. 25, 26 en 36). Ook een paulianavordering zoals die in de onderhavige procedure centraal staat, valt aldus onder “
vorderingen die rechtstreeks voortvloeien uit de insolventieprocedure en daarmee nauw samenhangen”, zoals onder meer ook blijkt uit HvJ 4 december 2019, ECLI:EU:C:2019:1046, rov. 35.
Frerichs, ECLI:EU:C:2021:315. Ingevolge HvJ 8 juni 2017 inzake Vinyls Italia Spa (ECLI:EU:C:2017:433, rov. 39) rust de bewijslast op degene die zich op het verweer van artikel 13 IVO Pro (oud) beroept, zijnde Crescendo. Deze moet bewijzen dat, wanneer de lex causae voorziet in de mogelijkheid om een als nadelig aangemerkte handeling te bestrijden, in concreto niet is voldaan aan de voorwaarden om een tegen die handeling ingesteld beroep te kunnen toewijzen, die verschillen van die van de lex fori concursus. Het is aan de nationale rechter het gedane beroep op artikel 13 IVO Pro (oud) procedureel in te bedden, zoals blijkt uit HvJ 15 oktober 2015 C.310.14 inzake Nike (ECLI:EU:C:2015:690).
nadeligebeslissing. Eerst dan wordt immers het door verweerder gestelde ‘gewettigd vertrouwen’ in de uitkomsten van de lex causae als die van toepassing is op de bestreden handeling (in plaats van de lex concursus), relevant.
geenwissel vormt. Zodra het beroep op artikel 13 IVO Pro (oud) is beoordeeld is haar effect beëindigd en zal het verdere verloop van de beoordeling (gevolgen beslissing, effecten etc.) in beginsel weer dienen plaats te vinden conform de lex concursus, met inachtneming van hetgeen IVO (oud) mogelijk vervolgens anders bepaalt. Voor zover Crescendo anders heeft bepleit of willen bepleiten gaat het hof daar niet in mee.
€ 13.945,50
€ 1.183,00