Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde sub 1] ,wonende te [woonplaats] , Verenigde Arabische Emiraten,
Stichting [stichting] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/189187/HAZA 14-146)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met producties;
- het tegen [geïntimeerde sub 1] en de Stichting verleende verstek;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord;
- het pleidooi, waarbij partijen pleitnota’s hebben overgelegd.
3.De beoordeling
openbaarmaking” waarin valt te lezen:
Bij diverse akten heeft [betrokkene] aan [geïntimeerde sub 1] een pandrecht verleend op vorderingen die [betrokkene] heeft of zal verkrijgen op[naam geadresseerde]
(‘Vorderingen’) tot zekerheid van nakoming door [betrokkene] van terugbetaling van direct opeisbare (rekening courant) lening verstrekt door [geïntimeerde sub 1] aan [betrokkene] .
U pretendeert pandhouder te zijn op vorderingen die toekomen aan de failliet. Zo hebben curatoren kennis genomen van [een] pandlijsten die op 2 april 2012 zijn geregistreerd en daags daarvoor zijn ondertekend. (..) Bij voornoemde pandlijst worden op basis van eerder gesloten contracten/pandakten vorderingen van failliet op derden aan de Stichting [stichting] verpand. (..)
Deze termijn is niet redelijk en veel te kort om daadwerkelijk tot uitoefening van de zekerheidsrechten te komen (..) Mevrouw [geïntimeerde sub 1] en de stichting verzoeken hierbij dan ook om verlenging van de gestelde termijn met zes weken (..)”
Graag verwijs ik naar bijgevoegde brief (..) Mevrouw [geïntimeerde sub 1] en de Stichting verzoeken om verlenging van die termijn (..) met 6 weken op de gronden genoemd in de brief. (..)” (prod. 33 inl. dagv.).
tot nadere verlenging van de gestelde termijn van 1 juli a.s. met drie maanden” (prod. 36 inl dagv.). De rechter-commissaris heeft het verlengingsverzoek op 4 juli 2013 afgewezen omdat het door [geïntimeerde sub 1] en de Stichting ingediende overzicht aan reeds verrichte en nog te verrichten handelingen in combinatie met alle overigens thans bekende feiten onvoldoende blijk geeft van een voortvarende aanpak om tot inning van eventueel verpande vorderingen te komen. Voor de vorderingen ten aanzien waarvan op de datum van de beslissing een procedure aanhangig was en waarin nog geen vonnis was gewezen werd de termijn verlengd tot 1 oktober 2013, omdat in dat geval van pandhouders minder gevergd kan worden binnen de eerder gestelde termijn over te gaan tot het incasseren van hun vorderingen (prod. 37 inl. dagv.).
Hiertoe is eind 2008 afgesproken dat voor de waardering van het bedrijf uitgegaan zou worden van de boekwaarde per eind 2008.” (inl. dagv. nr 14).
De bedoeling was daarbij dat deze vorderingen uiteindelijk op een zo eenvoudig mogelijke wijze zouden worden gestructureerd. Achtergrond van de herstructurering was immers de door crediteuren en de belastingdienst gewenste vereenvoudiging.” (inl. dagv. nr 15)
bestaande en als gevolg van de overdrachten ontstane rekening-courantverhoudingen zoveel mogelijk “opgeruimd” (inl. dagv. nr 17), om te bereiken dat [Holding] en de Stichting alleen [betrokkene] als debiteur hadden, dat [betrokkene] alleen [geïntimeerde sub 1] en de Stichting als crediteur had en dat deze verhoudingen in rekening-courant werden geadministreerd.
en [Holding] hun belangen verkopen voor de prijs gebaseerd op de waarde die blijkt uit de waardering die ook in de jaarstukken over 2008 van de desbetreffende vennootschappen zou worden gebruikt. We wilden geen lange discussie over de prijs, en hebben daarom overgedragen tegen “de boekwaarde”.”(prod. 34 bij prod. 33 bij mvg).
(via[ [Holding] ]
) en een Stichting in het belang van de kinderen. De overname is geheel - indirect - door [betrokkene][ [betrokkene] , hof]
gefinancierd. Dat [geïntimeerde sub 1] en [betrokkene] reeds voor de verkrijging door [geïntimeerde sub 1] van de aandelen van [derde 1] afspraken dat de overgenomen belangen en daarmee ook de vermogensaanwas daarvan [betrokkene] toebehoren en nimmer deel uit zullen maken van het vermogen van [geïntimeerde sub 1] .”Dit document is ondertekend door [betrokkene] , maar niet door [geïntimeerde sub 1] (prod. 44 bij pleidooi curatoren).
nieuwe informatie” (pleitnota, bladzijde 14 en verder) een ontoelaatbare nieuwe grief behelst, waartegen zij bezwaar maken.
nieuwe informatie” om een nadere toelichting op en verdere uitwerking van grief 1, en dus niet om een nieuwe grief. Deze informatie dient ter ondersteuning van de stelling dat [geïntimeerde sub 1] en de Stichting geen vordering hebben op [betrokkene] . [geïntimeerde sub 1] en de Stichting hebben bij het pleidooi in hoger beroep zelf overigens niet onomwonden gesteld dat de betreffende informatie nieuw zou zijn, laat staan dat zij in dat verband een toereikende onderbouwing hebben gegeven, terwijl dat wel van hen kon worden verlangd. Productie 44 is bijvoorbeeld, naar curatoren onweersproken stellen, een document dat in de auto van [geïntimeerde sub 1] is aangetroffen door de fiscale recherche. [geïntimeerde sub 1] en de Stichting hadden dan ook, naar moet worden aangenomen, kunnen toelichten onder welke omstandigheden en wanneer dit document is gevonden.
zwaar negatief” was, volgens de boeken € 4.286.429 negatief. [derde 4] verklaart onweersproken ook dat de markt na eind 2008 is ingestort, maar kennelijk was al daarvoor sprake van een significante impact van de vastgoedcrisis en een dramatische daling van de waarde van de vennootschappen. Niet in geschil is immers dat de belastingdienst en de schuldeisers al in 2008 hebben aangedrongen op een herstructurering en dat de boekwaarde eind 2008 zoals overwogen zwaar negatief was. De afspraak was dat de koopprijs voor de aandelen gelijk zou zijn aan deze waarde. Daar zijn partijen het ook over eens. [geïntimeerde sub 1] en de Stichting hebben naar het oordeel van het hof de stelling dat [vennootschap 2] “
over de gehele breedte bezien” te weinig heeft betaald niet voldoende toegelicht. Het lag gelet op het voorgaande op de weg van [geïntimeerde sub 1] en de Stichting openheid van zaken te geven over alle achtergronden van de desbetreffende transacties en in het bijzonder aandacht te besteden aan elementen van de transacties waaruit eind 2008 nog een significante waarde zou voortvloeien (die de conclusie kan rechtvaardigen dat [vennootschap 2] , zoals zij stellen, over de gehele breedte bezien te weinig heeft betaald). [geïntimeerde sub 1] en de Stichting hebben de vereiste toelichting niet gegeven.
niet bestaande akte”) wel of niet voor de datum van het faillissement van [betrokkene] is opgemaakt en ondertekend, verder onbesproken blijven. Dit geldt ook voor het debat over de toepassing van artikel 58 Fw Pro, dat is geschreven voor de situatie van een zekerheidsgerechtigde die de gepretendeerde vorderingen voldoende gemotiveerd toelicht en te goeder trouw op die vorderingen een beroep doet. Ook de argumenten van [geïntimeerde sub 1] en de Stichting over een koopprijsaanpassing, de klachtplicht, afstand van vorderingen, erkenning van de schuld, afstand van rechten op ontbinding, afstand van rechten op vernietiging op grond van dwaling, kwijting, vrijwaring en verrekening kunnen [geïntimeerde sub 1] en de Stichting niet baten.
Met het oog op de redelijke termijn voor nakoming als bedoeld in artikel 6:82 lid 1 BW Pro, zal het hof de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten eerst vanaf veertien dagen na de dag van deze uitspraak toewijzen.