Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Hoofdstuk III: Te behartigen belangen, taken en bevoegdheden
3.Geschil en conclusies van partijen
4.Gronden
(hof: ECLI:NL:GHSHE:2019:4296)dit oordeel van de Hoge Raad. Het hof ziet bovendien geen aanleiding om voor het geval dat de Woz-beschikkingen die op het aanslagbiljet vermeld staan betrekking hebben op onroerende zaken in verschillende gemeenten anders te oordelen. Het hof wijst er in dit verband op dat de Hoge Raad de regel dat sprake is van één zaak algemeen heeft geformuleerd en niet heeft aangegeven dat daar uitzonderingen op moeten worden gemaakt. Een andersluidend oordeel zou te veel afbreuk doen aan de door de wetgever beoogde eenvoud. Ook als de onroerende zaken in verschillende gemeenten zijn gelegen is volgens het hof dus sprake van één zaak. (…).”
voor de toepassing artikel 7:15, lid 2, Awb en het Bpbsprake is van één bezwaar indien dit is gericht tegen meerdere op één aanslagbiljet vermelde besluiten, is daarom niet maatgevend voor de toepassing van de regels van het griffierecht.
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank maar alleen voor zover daarin een beslissing over het griffierecht ontbreekt;
- draagt de griffier van de rechtbank op het griffierecht van € 354 aan belanghebbende te vergoeden;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar aan belanghebbende het betaalde griffierecht voor de behandeling van het hoger beroep bij het hof van € 541 vergoedt;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de kosten van het geding bij het hof van € 1.518.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raadwww.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie
www.hogeraad.nl).